men. Verder wil ik niet veel overnemen van de eerstegraadsopleiding, omdat ik het kop-romp model ongeschikt vind. Na een doctoraal studie van vier jaar gaat een student iets geheel anders doen: namelijk een studie volgen voor leraar Nederlands. Daar heb je weinig historische taal- en letterkunde voor nodig.
Wat zou de eerstegraadsopleiding aan de tweedegraads lerarenopleiding kunnen hebben? De studenten van de eerstegraadsopleiding zouden kennis moeten nemen van wat er in de havo/vwo-onderbouw is gebeurd. Bijvoorbeeld: hoe hebben de leerlingen fictionele teksten leren lezen? Hoe hebben ze hun taal leren beschouwen? Welke taalvaardigheden zijn al geleerd?
Juist op het gebied van taalvaardigheid en op het gebied van NT2 zou de eerstegraads-opleiding veel van de tweedegraads lerarenopleiding kunnen leren.
PIET-HEIN VAN DE VEN, KATHOLIEKE UNIVERSITEIT NIJMEGEN
Enkele opmerkingen over de mogelijke samenwerking/integratie van lerarenopleidingen -vanuit het eigen, universitaire opleidingsperspectief.
Twee vragen:
1 Wat heb ik / heeft mijn opleiding eraan?
2 Wat kunnen anderen aan mij(n) opleiding hebben?
Enkele antwoorden: ad 1
-a Mijn studenten kunnen heel wat leren van de andere opleidingen. Ze komen uit het vwo, gaan naar het wetenschappelijk onderwijs, komen als stagiaire, lio, docent weer terug in het vwo. Ik zie graag die cirkel doorbroken worden. Er is ook nog ander onderwijs: die confrontatie, de daaruit volgende vergelijking verrijkt reflectie over het onderwijs, het leraarschap, het schoolvak. Vergelijken is leren, niet waar?
-b Ik zou zelf kunnen profiteren van de vakdidactische expertise van de andere opleidingen. Het buitengewoon/speciaal onderwijs was/is de keuken van de gewone didactiek. Dat geldt bijvoorbeeld nu voor het NT2-onderwijs, waarvan het NT1-onderwijs profiteert. Datzelfde kan gelden voor onderwijs nu in niet-vwo situaties, waar leerproblemen knellender zijn en waar dus nadrukkelijker die leerproblemen kunnen worden verkend.
-c Mij lijkt dat het strategisch van belang is samen te werken. De overheid is nogal bezig de lerarenopleidingen van alles voor te schrijven. Ze stelt tegenstrijdige eisen van rendement en kwaliteit. Ze verleent de lerarenopleidingen enerzijds de 'status' van 'lerende organisatie', waarin een autonomiebeginsel schuilt, anderzijds hanteert de overheid ten opzichte van de lerarenopleidingen een innovatiestrategie die die opleidingen slechts een uitvoerende taak toekent. Samenwerking en fusie, afgedwongen door de politiek, betekenen dat lerarenopleidingen onderdeel zijn of worden van grote instellingen. Dat gaat gepaard met ingewikkelder instituten, met meer hiërarchie, met meer bureaucratie, en met alle negatieve gevolgen van dien. Niet alleen in termen van taakbelasting, maar ook in termen van meer kans op
4