taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

Schrijven op basis van verstrekte documentatie

Voor het kerndeel-lang (dat aansluiting geeft op het lang-mbo) stelt de ontwikkelgroep voor om de mogelijkheid een schrijfopdracht te kiezen uit zes zakelijke onderwerpen, te vervangen door de mogelijkheid om te kiezen uit enkele schrijfopdrachten op basis van ter plekke verstrekte documentatie. Onze overweging hierbij is dat schrijven op basis van documentatie beter voorbereidt op het echte schrijven in studie en beroep dan het schrijven op basis van improvisatie, zoals dat zijn beslag krijgt bij het zogenaamde titelopstel. Nog levensechter zou zijn om de leerlingen de documentatie ook zelf te laten verzamelen. Maar voor de consequenties van dergelijk voorstel voor de inrichting van het centraal schriftelijk examen schrijfvaardigheid (op landelijk niveau onderwerpsgebieden bekend maken en bronnenboeken verschaffen) zijn wij teruggedeinsd. Zou schrijfvaardigheid ook in vbo en mavo deel gaan uitmaken van het schoolexamen, dan zou deze overweging uiteraard niet gelden.

Schrappen van het titelopstel

Voor wat betreft het zakelijke titelopstel is een en ander hierboven aan de orde geweest. Maar ook heeft de ontwikkelgroep de mogelijkheid geschrapt die in het gereviseerde examen bestaat om schrijfvaardigheid aanvullend te toetsen in het schoolexamen aan de hand van een verhalend opstel. Een verhalend titelopstel kunnen schrijven vinden wij niet relevant voor vervolgstudie, beroep of dagelijks leven, en evenmin zien wij het als een noodzakelijk element van algemene vorming. Bovendien is dubbele examinering van één exameneenheid Schrijfvaardigheid ongewenst.

Toetsing van fictie

In tegenstelling tot het gereviseerde examenprogramma wordt in de voorstellen van de Ontwikkelgroep een minimum aantal fictionele werken aangegeven: drie voor de korte en vijf voor de lange leerweg. Het staat secties vrij (althans zolang er geen studielastbenadering is ingevoerd op vbo en mavo) om deze aantallen te verhogen.

De fictionele werken die worden genoemd in de eindtermen omvatten nadrukkelijk niet alleen gedrukte teksten, maar ook de fictionele vormen film, televisieserie, toneelstuk en cabaret. Vandaar ook dat wij het leesdossier hebben omgedoopt in fictiedossier.

Een fictiedossier bestaat uit verslagen van gelezen of bekeken fictionele werken, en persoonlijke reacties daarop in de sfeer van ervaring, beleving en (onderbouwde) mening. Voor de korte leerweg horen creatieve verwerkingsvormen ook nadrukkelijk tot de mogelijkheden.

Invoering van een fictiedossier opent de weg naar een meer ervaringsgericht fictie-onderwijs, en stelt de leraar in staat de ontwikkeling van zijn leerlingen op fictiegebied beter te volgen. Wij achten dit dermate belangrijk dat we, in tegenstelling tot het gereviseerde examenprogramma, voorstellen toetsing aan de hand van het fictiedossier in mavo en vbo verplicht te stellen.

Kennis over taal

Het gereviseerde examenprogramma introduceert feitelijk drie nieuwe toetsen in het examen: voor Fictie, voor Luister- en kijkvaardigheid, en voor Kennis over taal. Hoe dit ook in de jaren tot 2001 zijn beslag moge krijgen, de ontwikkelgroep was van mening dat dit voor het toekomstige kerndeel-lang te zwaar was, en voor het toekomstige kerndeel-kort volstrekt onhaalbaar. Er van uitgaande dat we de examendruk met tenminste één toets wilden verlagen,

43

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties