hebben wij het belang van de drie nieuwe exameneenheden afgewogen. Fictie werd van groot belang geacht voor algemene vorming; Luister- en kijkvaardigheid van groot belang voor dagelijks leven, opleiding en beroep. Kennis over taal scoorde op beide velden duidelijk lager, zodat wij besloten dit te schrappen als aparte exameneenheid. De eindtermen die het omvatte, hebben wij echter verplaatst naar andere exameneenheden, en daar geherformuleerd in relatie tot de aard en mogelijkheden van die bewuste exameneenheid.
2.2 Verschillen in niveau
In par 1.2 gaven we al aan dat het kerndeel twee niveaus heeft: een dat aansluiting geeft op lang-mbo en een dat voorbereidt op kort-mbo. Dat wij in een aantal gevallen verschillende vormen van examinering voorstellen voor de beide kerndelen, beschreven we al in de vorige paragraaf. Maar uiteraard hebben we ook in de eindtermen zelf rekening gehouden met het bewuste niveauverschil. Differentiatie is tot uiting gebracht op vier manieren:
-
Meer eindtermen in het kerndeel-lang dan in het kerndeel-kort. (33 tegen 27). Een voorbeeld van een eindterm die alleen geldt voor het kerndeel-lang:
-De kandidaat kan kenmerken van fictie in een fictiewerk herkennen (met betrekking tot tijd, ruimte, opbouw, thema).
Voor een goed begrip het volgende. Ons voorstel betekent niet dat in het onderwijs binnen het kerndeel-kort geen aandacht besteed zou mogen worden aan kenmerken van fictie, alleen al niet omdat deze stof deel uitmaakt van de kerndoelen van de basisvorming. Het betekent wel dat wij voorstellen leerlingen in het kerndeel-kort niet in deze stof te examineren, zodat hun kans op doorstroming naar vervolgopleidingen ervan afhankelijk zou worden.
-
Verschillend geformuleerde eindtermen voor het kerndeel-lang en het kerndeel-kort. Een voorbeeld:
-De kandidaat kan een schrijfstrategie hanteren (uitgaan van een aangeboden schrijfplan; aangeboden informatie verwerken en verstrekken; op basis van reacties en suggesties van anderen een tekst herschrijven) (kort)
-De kandidaat kan een schrijfstrategie hanteren (een schrijfplan maken; informatie verwerven, verwerken en verstrekken; op basis van reacties en suggesties van anderen de tekst herschrijven) (lang)
Ook hier geldt: leerlingen in het kerndeel-kort komen in het onderwijs wel degelijk in aanraking met bijvoorbeeld zelf informatie verwerven, maar ze worden hierop niet afgerekend op het examen.
-
Verschillende tekstsoorten
Bij elke exameneenheid wordt gespecificeerd op welke tekstsoorten de exameneenheid betrekking heeft; daarbij gelden sommige tekstsoorten alleen voor het kerndeel-lang. Voorbeelden: het artikel bij Schrijfvaardigheid; het discussieprogramma bij Luister- en kijkvaardigheid. Wat aan het eind van de punten a. en b. werd aangetekend, geldt ook weer hier.
-
Hogere eisen
Dit verschil tussen het kerndeel-lang en het kerndeel-kort is op drie manieren ingevuld. Ten eerste via een complexer tekstaanbod (qua woordenschat, zinsbouw, opbouw en
44