taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

4. De haalbaarheid van het programma

Hierover wil ik drie opmerkingen maken.

  1. Wij zijn in de Ontwikkelgroep Talen uitgegaan van een gelijkblijvend aantal uren in de lessentabel voor het vak Nederlands. De vraag is of deze verwachting reëel is; we hebben hierover geen definitieve duidelijkheid gekregen. Naar onze mening is het programma haalbaar in het huidige aantal lesuren, en naarmate die verminderd zouden worden dientengevolge evenredig minder haalbaar.

  2. Wij hebben ernaar gestreefd het examenprogramma voor het kerndeel-lang lichter te maken dan het nu vigerende gereviseerde programma. (Vgl. ook par. 2.1, b. Kennis over Taal).

  3. Wij hebben (evenals alle andere vakken, en in opdracht van de projectleiding) er voor gezorgd dat het examenprogramma voor het kerndeel-kort bleef binnen de kerndoelen van de basisvorming.

5. Noodzaak en mogelijkheden voor leerplanontwikkeling

De leraar Nederlands in vbo/mavo zal waarschijnlijk behoefte hebben aan ondersteuning bij het vorm geven aan het nieuwe programma in de komende jaren. Een van die vormen van ondersteuning kan leerplanontwikkeling zijn, en hier komt wederom de SLO in beeld. SLO maakt leerplannen en (voorbeeld)lesmateriaal voor nationaal gebruik, waarbij de leerplannen (anders dan in Vlaanderen) geen voorschrift voor de scholen vormen, maar een handreiking.

Waar liggen de voornaamste wenselijkheden en mogelijkheden voor leerplanontwikkeling? Naar onze mening vloeit het antwoord op deze vraag voort uit schema 3 in par. 2.1: de belangrijkste voorgestelde veranderingen in het examen Nederlands. SLO zou leerplannen, lesmateriaal of vergelijkbare producten kunnen ontwikkelen op de volgende gebieden:

  1. Luisteren en kijken aan de hand van audiovisueel materiaal: een duidelijk nieuw element in het examenprogramma. Hier zou samenwerking met het Cito en wellicht ook het APS voor de hand liggen, gezien daar opgedane ervaring op het bewuste gebied.

  2. Spreken en gesprekken voeren. Ook hier zullen veel docenten steun behoeven; naar onze inschatting is ook in vbo/mavo de afgelopen decennia weinig systematische aandacht aan dit onderdeel besteed. SLO heeft op dit gebied ruime ervaring: een leerplan en lesmateriaal voor Spreken en luisteren in de basisvorming verscheen in 1993; voor havo/vwo verschijnt dit jaar een vergelijkbaar pakket.

  3. Schrijven op basis van verstrekte documentatie. Wanneer deze mogelijkheid deel gaat uitmaken van het examen, zal er op moeten worden voorbereid via onderwijs in gedocumenteerd schrijven. Op dit moment wordt op de SLO gewerkt aan de invulling van het schrijfdossier voor havo/vwo (coproductie met Cito en APS); daarbij wordt een handleiding gedocumenteerd schrijven ontwikkeld. Vertaling naar de vbo/mavo-situatie lijkt goed mogelijk.

  4. Fictiedossier. De mogelijke verplichte invoering hiervan in het examenprogramma is ook een duidelijk nieuw element, dat behoefte aan ondersteuning bij leraren zal oproepen. SLO heeft ook op dit gebied ruime ervaring: in 1993 en 1994 verscheen een leerplan, respectievelijk lesmateriaal voor Fictie in de basisvorming; dit jaar verschijnt een docentenhandleiding t.b.v. het

47

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties