taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

'verstopping' van communicatiekanalen. De lerarenopleiding wordt onderdeel van een duidelijke 'lijnorganisatie', terwijl we om ons heen zien dat allerlei grote(re) bedrijven juist bezig zijn met 'verplatting', met het weghalen van een aantal hiërarchische lagen, terwille van flexibiliteit en daadkracht. Een gezamenlijke opstelling van lerarenopleidingen ten aanzien van die dubieuze politiek is wellicht succesrijker dan het protest van afzonderlijke instellingen.

ad 2

De universitaire lerarenopleiding zou de andere opleidingen kunnen helpen met/stimuleren tot het doen van onderzoek. Niet alleen onderzoek in termen van kennisproductie, maar vooral onderzoek dat staat in het teken van de school en de opleiding als lerende organisatie. Ik denk in dat verband aan kleinschalig, kwalitatief, teacher-as-researcher-onderzoek. Zowel opleiders, als in het verlengde daarvan lio's en docenten, zouden onderzoek naar het eigen onderwijs moeten leren doen, moeten kunnen uitvoeren. Zulk onderzoek genereert feedback op dat eigen onderwijs (wat vinden leerlingen van het studiehuis, wat vinden opleiders van onderlinge coaching, etc) en die feedback is van belang voor het steeds weer bijstellen van dat onderwijs: de leraar/opleider als professional verantwoordelijk voor het eigen leren.

Aanvulling:

Op de vraag waarom tot nu toe die opleidingen niet samenwerkten, heb ik het volgende geantwoord:

1 Er ligt een duidelijke historische oorzaak. De universitaire lerarenopleiding is, met het huidige vwo als taakterrein, een derivaat van het oude 'hoger' onderwijs (universiteit, gymnasium, H(ogere!) B(urger)S(chool), een standenbewust onderwijs. Dat onderwijs kenmerkte zich in den beginne - en nu nog steeds - door een sterk vakdisciplinair denken: de docent als vakwetenschappelijk geschoolde. Pas met het 'leren leren' op de agenda van ook vwo en zelfs het wetenschappelijk onderwijs lijkt die vakdisciplinaire geneigdheid wat minder dominant te worden.

Daardoor komt er ruimte vrij voor een onderwijs- en opleidingstype dat al 'van oudsher' meer dacht in termen van ontwikkeling en/of opvoeding. Het 'lager' onderwijs was niet zozeer vakdisciplinair, dan wel 'disciplinair', opvoedend, ingesteld. De grens tussen vakdisciplinair en ontwikkelingsgericht verschuift in de loop van deze eeuw steeds verder naar 'boven'. Lag die eerst tussen lager en voortgezet onderwijs, nu ligt die tussen basisvorming (nou ja, min of meer, tradities zijn hard) en bovenbouw voortgezet onderwijs. De discussie tussen vakdisciplinair denken en meer ontwikkelingsgericht laat zich goed herkennen in de geschiedenis van de nlo's. De discussie over tweevakkig, drievakkig, eenvakkig, kop-romp-model of lintmodel geven voortdurend aan de spanning tussen vakdisciplinair dan wel ontwikkelingsgericht denken.

2 De Pabo's en nlo's hebben een gigantische operatie van fusie op fusie achter de rug, gevolgd door een vloed aan negatieve visitatierapporten (mijns inziens is hier overigens zeker ook sprake van een causaal verband!). De universitaire lerarenopleidingen zijn voor het merendeel in de jaren tachtig ook behoorlijk uitgekleed als gevolg van bezuinigingen die gebracht werden onder het mom van tweede-fase-opleidingen. Kortom: ieder instituut was/is geneigd tot een eigen overlevingsoperatie.

5

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties