taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

repercussies voor een schoolboekauteur voor het schoolvak Nederlands in de bovenbouw van havo-vwo.

In feite is Taaldaden op een heel traditionele manier ontstaan. De aanleiding vormde mijn onvrede met de bestaande leerboeken, die ik 'theorie-arm' en onsystematisch vond. Ik was het type leraar dat zijn wrevel dan omzet in een nieuw boek. Dat het een wat bijzonder boek geworden is, heeft vooral te maken met het feit dat ik vrij veel nieuwe 'teksttheorie' opnam. Theorie die ik deels zelfs bedacht, deels aan de retorische traditie, de taalfilosofie en het nieuwe universitaire vak taalbeheersing ontleende.

Kenmerkend voor die vervlogen periode was ook dat ik jarenlang geen contact met uitgevers had. Ik maakte stencilversie-na-stencilversie, liet geïnteresseerde sectiegenoten wat uitproberen en stapte pas na een kleine tien jaar met een definitief en beproefd manuscript naar de uitgevers. Een daarvan heeft het bij wijze van spreken blind uitgegeven.

Taaldaden was al met al, zoals toen gebruikelijk, een volstrekt particulier lerareniniatief dat primair ingegeven werd door onvrede met de bestaande leermiddelen. Van invloed van onderwijsbeleidsmakers was nauwelijks sprake, noch van inbreng van uitgeverszijde. Het nieuwe was de vakinhoud: de teksttheorie vooral.

Hoe anders is de uitgangspositie van schoolboekauteurs in de Tweede Fase geworden! Ik som, zeker niet volledig, op:

als auteur dien je de vele en zeer gedetailleerde eindtermen uit de nieuwe examenprogramma's ofwel op je nachtkastje te hebben liggen ofwel exact uit je hoofd te leren (herhaalde overhoring gewenst);

als auteur staat het je niet meer vrij een geheel eigen didactiek te kiezen, je zult op zijn minst een aantal zichtbare maatregelen moeten treffen die je leerboek geschikt maken (of lijken te maken) om te functioneren binnen de staatsdidactiek van het studiehuis met het accent op, liefst vakoverschrijdende, vaardigheden en het leidend beginsel van zelfstandig werken, ja liefst, zelfstandig leren;

als auteur kun je nauwelijks nog als goedwillende amateur en in je eentje aan alle, steeds meer omvattende eisen van de gebruikers en de overheid beantwoorden; vooral door alles wat er in vergelijking met het traditionele schoolboek is bijgekomen - diagnostische toetsen, studiewijzers, hulpboeken voor de leerlingen, digitale feedbackprogramma's en nog meer van dat fraais - is werken met een team en samenwerking met de professionals van een goed toegeruste uitgeverij een must.

Over de voor- en nadelen van dit keurslijf zou het nodige in het algemeen te zeggen zijn, maar zinvoller lijkt eerst te gaan kijken waartoe dit bij het ontwikkelen van een opvolger voor Taaldaden heeft geleid. Tot slot word ik nog even algemeen.

Ik illustreer eerst de invloed van de nieuwe eindtermen. Daarbij beperk ik me tot de meest 'innovatieve' eindtermen: die voor schrijven, de mondelinge vaardigheden en argumentatie. In dit verband demonstreer ik ook de accentverschuiving naar vaardighedenonderwijs.

De weerslag van de studiehuisdidactiek laat ik slechts zien aan de ordening en presentatie van de leerstof in wat nu het 'hoofdleerlingenboek' heet. Zijdelings probeer ik ook enig idee te geven

50

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties