taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

ZESDE AFDELING

16 De schoolexamens

16.1 Het schoolexamen schrijfvaardigheid

Oefening 78 Keuze uit de examenmogelijkheden; voorbereiding op het examen 16.2 Het schoolexamen mondelinge taalvaardigheid

Oefening 79 Keuze uit de examenmogelijkheden; voorbereiding op het examen Oefening 80 Terugblik op de leerdoelen

17/18 Het centraal examen: de samenvatting en tekst met vragen

Bijlage 1 Spelling en interpunctie

Oefening 91-98

Bijlage 2 Taal- en stijlfouten

Oefening 99-111 Bijlage 3 Stijlmiddelen

Oefening 112-115

Bijlage 4 Documentatierichtlijnen

Bijlage 5 Brief Oefening 116-119

Voordat ik inga op de gemarkeerde leerlijn moet ik iets zeggen over de uitgangspunten van de methode. Twee daarvan verdienen op deze plaats de aandacht.

Ten eerste: de methode gaat uit van vaardigheidstraining op teksttheoretische grondslag. Mede gezien de grote plaats van teksttheorie in de eindtermen is ervoor gekozen elke afdeling te beginnen met een hoofdstuk over teksttheorie, die vervolgens wordt toegepast bij de praktische hoofdstukken over lezen, schrijven en spreken.

In vergelijking met Taaldaden is de tektstheorie wel beknopter gehouden en beter gedoseerd. Doordat nu meteen na een stukje theorie toepassing volgt bij de vaardigheden hopen we op meer transfer. En al is de effectiviteit van bijvoorbeeld training van leesstrategieën omstreden, men ziet in één oogopslag aan de inhoudsopgave de verschuiving naar de vaardigheden: tweederde van de hoofdstukken is daaraan gewijd.

Ten tweede: de methode is cursorisch-thematisch. De cursorische lijn wordt vooral aangebracht door de teksttheoretische hoofdstukken, de thema's zijn gekoppeld aan de vaardigheden, vooral aan lezen. De thematische aanpak moet niet alleen bijdragen aan de motivatie, maar ook tot een meer casusachtige aanpak leiden waarin algemene teksttheoretische principes in concrete en realistische situaties worden toegepast. Ook dit is een poging om de effectiviteit te verhogen.

Nu de geïntegreerde leerlijn voor schrijven en de mondelinge vaardigheden. Het gaat te ver om in het overzicht de 14 eindtermen voor deze vaardigheden aan te wijzen. Men zal wel willen aannemen dat ze allemaal aan de orde komen. Belangrijker is hoe ze aan de orde komen, om te beginnen in welke volgorde. De ordening is in het algemeen van relatief gemakkelijk naar moeilijk, van goed leerbaar naar minder leerbaar. Zowel uit onderzoek (Overmaat 1996) als ervaring weten we dat de opbouwprincipes van een opstel of spreekbeurt betrekkelijk goed aan te leren vallen. Daarom wordt daarmee begonnen. Dat komt ook om een andere reden goed uit. Schrijvers en spreker moeten immers 'top down' leren werken: ze moeten hun tekst leren concipiëren vanuit de 'totaalstructuur' van de tekst. Vaste patronen voor zowel de alineabouw als de tekst-in-zijn-geheel vormen hier gepaste leerstof.

53

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties