taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

Bij het aanleren van opbouwprincipes sluit op natuurlijke wijze het trainen van doelgerichtheid aan: duidelijk maken in een uiteenzetting, overtuigen in een betoog, aan het denken zetten in een beschouwing. Deze doelen bereik je immers het best door bijpassende patronen te gebruiken, zoals 'stelling - argumenten - weerlegging van tegenargumenten' in een betoog.

Hand in hand met het onderwijs in doelgerichtheid gaat de introductie van de inhoudelijke eis van gedocumenteerdheid. Zonder inhoudelijke deskundigheid kun je, moet een leerling gaan inzien, niet goed uitleggen in een uiteenzetting of overtuigend argumenteren in een betoog. Documentatie moet meestal, gaat een leerling inzien.

Een doel streeft men bij een publiek na. Dus ook daar moet aandacht aan gegeven worden, al is dit voor havoleerlingen hoog, wellicht te hoog gegrepen. Dit betekent niet alleen de inhoud afstemmen op de lezers of de luisteraars, maar ook de stijl. Een publiekgerichte stijl is niet alleen taalkundig correct, maar ook duidelijk, aantrekkelijk en gepast - en wel voor dit specifieke publiek. Hier naderen we het ondoceerbare en stuiten we op de grenzen van weinig getalenteerde leerlingen.

Tot slot is er, bij de mondelinge vaardigheden, aandacht voor niet-monologische varianten: het debat en de groepsdiscussie. Hier slaat de argumentatieleer pas goed toe.

Per hoofdstuk - eigenlijk een module of lessenserie van minstens een vijftal lessen - is de aanpak 'mimetisch-proceduristisch' (Braet 1995). Het mimetische wil zeggen dat de leerlingen steeds eerst voorbeelden, van de hand van leerlingen, analyseren om een concreet idee te krijgen van de eisen die gesteld worden aan het eindproduct waar ze naar toe gaan werken. Ze moeten in het voorbeeld zowel gebreken als kwaliteiten aanwijzen.

Het proceduristische houdt in dat leerlingen, aan de hand van een liberaal gepresenteerd stappenschema, leren in fasen een tekst op te stellen. Werken met de pc wordt sterk aanbevolen, maar - gezien de soms gebrekkige faciliteiten op scholen en thuis - niet verplicht gesteld. Voor een steeds terugkerende stap, het herschrijven, lijkt werken met de pc overigens wel een randvoorwaarde te zijn.

Uiteindelijk onderscheidt de geïntegreerde leerlijn schrijven en mondelinge vaardigheden zich vooral door het opvoeren van de trainingsintensiteit. Er wordt afstand genomen van de meer traditionele schrijfdidactieken van titelopstel tot en met gericht schrijven, die zo weinig effectief lijken (Braet en Van de Gein 1995). De leraar hoeft per trimester nog steeds niet meer dan één schrijfproduct te becijferen, maar de leerlingen zijn voor ze dit cijfer krijgen wel minimaal vijf lessen met allerlei oefeningen bezig geweest die hopelijk hun vaardigheid eindelijk eens niet onberoerd laten.

Een andere selectie uit de inhoudsopgave, opnieuw van de havo-editie, laat de leerlijn argumentatie zien.

EERSTE AFDELING

1 Teksttheorie: tekstopbouw

2 Lezen: leesstrategieën; thema 'expedities'

3 Schrijven: alinea's opbouwen

54

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties