reeds tamelijk vertrouwde stof: het argumentatieve verband en de kenmerken van betogende teksten. Geëindigd wordt met de nieuwe en lastige onderdelen: de aanvaardbaarheid van argumentatie inclusief een overzicht van de voorgeschreven drogredenen. Op basis van de eindtermen 'argumentatie' wordt tot slot een indeling van te verwachten beoordelingsvragen op het centraal examen gepresenteerd. Oude havo-examens worden uitgebreid met dit soort vragen. Bijvoorbeeld (schrik niet): 'Wat voor soort argumentatie gebruikt de schrijver in alinea 3 en ga na of er sprake is van een correct gebruik van deze soort of van een drogreden.'
4. Zelfstandig werken
Met het zelfstandig werken is het hetzelfde gesteld als met de eindtermen: het doet er niet toe hoe men daar zelf als auteur tegenover staat, een methode voor het studiehuis moet gewoon bepaalde didactische kenmerken hebben. Samengevat komen die er volgens mij op neer dat er veel om de leertekst en de oefeningen heen moet worden aangeboden, veel meta-tekst dus. (In de hier besproken methode heeft dit ertoe geleid dat elke tien pagina's van een hoofdstuk wel een veelvoud aan meta-pagina's naast zich heeft gekregen!)
Zo moet je elk hoofdstuk minimaal vooraf laten gaan door een vermelding van leerdoelen en tijdsbeslag. Aan het eind lijken verplicht: een terugblik op de leerdoelen (de leerling moet zich afvragen in hoeverre hij de leerdoelen heeft gehaald), een samenvatting en een diagnostische toets. Voor een deel heb ik dit soort elementen opgenomen in het volgende 'citaat' uit het begin en slot van een willekeurig hoofdstuk.
begin LEERDOELEN
o wat je aan het eind van het hoofdstuk moet weten:
welke aspecten of kanten er aan iedere tekst zitten:
1 doel en inhoud
2 opbouw
3 taalgebruik
4 presentatie
welke eigenschappen uiteenzettingen, betogen en beschouwingen hebben wat betreft deze aspecten
o wat je aan het eind van het hoofdstuk moet kunnen:
de eigenschappen van de drie tekstsoorten in teksten aanwijzen, met andere woorden de tekstsoort benoemen
} 1 Aan het eind van het hoofdstuk is een proeftoets opgenomen. Na de proeftoets kun je zo nodig extra oefeningen maken.
2 Dit hoofdstuk kost bij benadering zeven tot acht studielasturen. slot Oefening 31 Terugblik op de leerdoelen
I Weet je nu welke aspecten elke tekst heeft? Kun je ze kort omschrijven?
2 Zet voor jezelf de kenmerken van uiteenzettingen op een rij op het gebied van de onderscheiden aspecten.
3 Doe hetzelfde met betogen.
4 Idem met beschouwingen.
56