} Controleer je antwoorden op de vorige vragen met behulp van de samenvatting in de volgende paragraaf.
5 Vraag je af of je nog uitleg wilt vragen over iets in de theorie.
6 Vraag je af of je de kenmerken van de drie tekstsoorten voldoende in teksten kunt herkennen. Kun je nu van een tekst zeggen of het een uiteenzetting, een betoog of een beschouwing is? Als je hier nog problemen mee hebt, wat zou je daar dan aan kunnen doen?
Nog duidelijk betere mogelijkheden voor zelfstandig werken bieden de zogenoemde digitale leercomponenten, ten minste als de school over voldoende moderne computers beschikt. Ik noem slechts digitale studiewijzers met onder meer een tijdsplanning praktisch per vijf minuten en een softwarepakket afgeleid van Cum laude dat bij alle diagnostische toetsen individuele feedback geeft (ruim tien pagina's per toets!).
5. Slotoverweging
Ik weet niet welke gevoelens het bovenstaande bij u opgeroepen heeft. Het zou mij echter niet verbazen als dit gemengde gevoelens zijn. Enerzijds zou u, hoop ik, een zekere instemming kunnen voelen. Zoiets van 'het ziet er goed doortimmerd uit en de methode lijkt ook efficiënter en effectiever dan de voorganger.' Anderzijds lijkt het ook een overladen en nogal gesloten geheel. De leerling, en de leraar, wordt misschien wel goed gegidst, maar hij wordt ook wel naar erg veel plekjes meegesleept die kennelijk geen van alle gemist mogen worden en die allemaal heel aandachtig bezichtigd moeten worden.
Dat laatste ligt niet alleen aan mij. Persoonlijk ben ik in de loop der jaren - zeker bij vaardigheidstraining - juist wat minder voor een gesloten aanpak gaan voelen, maar het beleid is de andere kant opgegaan. De vijfentwintig eindtermen voor taalvaardigheid laten niet al te veel speelruimte. Dat sluit vrijblijvendheid en willekeur uit en dat is natuurlijk winst. Maar het leidt ook tot dirigisme. Dat zal in eerste instantie tot uiting komen in een nieuwe generatie van sterk op elkaar gelijkende en relatief gesloten schoolboeken. Daardoor worden, in tweede instantie, de leraren niet alleen in hun vrijheid van methodekeuze beknot, ze worden ook meer slaaf van het schoolboek gemaakt. Nu is het niet langer de bedoeling dat zij alles ouderwets gaan staan behandelen, maar dan komt het: of de leerling die in het studiehuis geacht wordt zelfstandig te werken of zelfs te leren, met die nieuwe sterk voorgeprogrammeerde methodes en gedetailleerde studiewijzers uitgedaagd wordt tot grotere zelfstandigheid is de vraag.
Braet, A. Schrijfvaardigheid Nederlands. Een praktische didactiek voor de bovenbouw van havo en vwo. Coutinho: Bussum 1995.
Braet, A. e.a. Textuur-havo. Wolters-Noordhoff: Groningen 1998.
Braet, A. en J. van de Gein 'Leidt gericht schrijven tot betere schrijfprestaties in het hoger onderwijs dan het opstel?', Levende talen 504 (november 1995), 513-534.
Overmaat, M. Schrijven en lezen met tekstschema's. Effectief onderwijs in schriftelijke taalvaardigheid in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. SCO-Kohnstamm Instituut: Amsterdam 1996.
57