taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

Het activeren van voorkennis

STIJN BROUWER, NOORTJE JONKER

Hogeschool Domstad

In de didactiek van het begrijpend lezen wordt de waarde van de eerste fase - het activeren van voorkennis - algemeen erkend. Jammer genoeg is dit nog lang niet in de dagelijkse praktijk terug te vinden, maar ook in de nieuwere methoden wordt het belang ingezien.

Door Boland wordt meteen in de eerste module aandacht besteed aan het fenomeen voorkennis. 'Voorkennis is te beschouwen als een mentaal kader, waarin gegevens uit een tekst kunnen worden geplaatst. Dit mentaal kader wordt in de literatuur meestal een schema genoemd. Dit schema zorgt er niet alleen voor dat nieuwe feiten worden geïntegreerd binnen de al bestaande kennis, maar er ook toe bijdraagt dat nieuwe feiten worden gevormd.'

Vervolgens wordt er ingegaan op de vraag, hoe je voorkennis kunt activeren. Er worden twee mogelijkheden genoemd. Ten eerste: met leerlingen voorspellingen doen over de inhoud van de tekst op grond van titel en illustraties. Ten tweede: met leerlingen associaties maken naar aanleiding van het onderwerp van de tekst.

In deze workshop willen wij nog andere mogelijkheden tot het activeren van voorkennis laten zien en hun invloed op het verdere lesverloop aantonen. We geven daartoe een uitgebreidere opsomming van voorkennis als mentaal kader. We behandelen achtereenvolgens de associatie, de eigen ervaring, het script, het stofschema.

De associatie is een psychisch gegeven, dat woorden (of beter begrippen) andere woorden oproepen. De structuur van de opgeroepen kennis kan weinig samenhangend zijn en ernstige hiaten vertonen. Het hulpmiddel in de les is het woord- of associatieveld.

De eigen ervaringen laten vertellen naar aanleiding van een woord, bijvoorbeeld boot, roept kennis op die meer gestructureerd is, maar erg subjectief kan zijn. Het didactische hulpmiddel is het ervaringsgesprek.

Het script (vgl. Drop) is een begrip dat in het onderwijs nauwelijks gebruikt wordt en daarom meer uitleg behoeft. Een korte definitie is: de kennis van een eenheid van handelingen. Hoe groot die eenheid is, kun je zelf bepalen. Zo is afrekenen bij een kassa een kleiner script dan boodschappen doen. Zo ook de bus nemen en op visite gaan.

Bij het spontane leren van peuters en kleuters neemt het leren van scripts een hele belangrijke plaats in. Het script is het kader waarin ze de werkelijkheid verkennen. Kijk maar eens naar kleine kinderen in een supermarkt: ze rennen naar de mini-winkelwagentjes, gooien er van alles in, sluiten aan in de rij voor de kassa, leggen op hun tenen de boodschappen op de lopende band en helpen bij het inpakken. Ook al doorziet het kind het script niet (waarom moeten boodschappen op een lopende band?), toch weet het wat er gaat gebeuren en het kan daarop inspelen. Dat doen ze dan ook volop. En het wordt helemaal leuk als je scripts kunt gaan spelen: 'winkeltje', 'schooltje' of 'doktertje'. In de poppenhoek zie je vaak 'vadertje en

58

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties