iemand buigt vanwege wie? waar? wanneer?
de zanger voor het publiek op het podium na het concert
iemand buigt iets hoe? waarom?
de elektricien de pijp met z'n handen -
de leraar zijn hoofd - omdat hij moe is
De invulling moeten ze leren, maar ook de ordening. Dat laatste gebeurt door middel van de streepjescode die elk informatiestuk wordt meegegeven.
2.3. De grammatica als receptief beginsel
In het begin van hun taalverwerving is het nodig dat leerlingen zo veel mogelijk woorden leren kennen en herkennen, dat zij zich gewennen aan het verstaan van de nieuwe taal, luisterend of lezend. Het aantal zelfstandige naamwoorden is zo veel groter dan het aantal werkwoorden. Werkwoorden kunnen niet begrepen worden zonder inbedding in wat ze tot leven brengt. Het ligt daarom voor de hand, dat zij niet het woordje leven leren, maar iemand leeft, te zamen met een aantal namen die voor die iemand kunnen staan. Ook wanneer ze zinnen lezen of horen om te ontcijferen, ligt het, op het moment dat dat niet zo vanzelfsprekend gaat, voor de hand naar het ordenend element ervan te zoeken: het werkwoord, en vervolgens te raden, wáár de betrokkenen (de noodzakelijke aanvullingen) staan, en wáár de aanvullende informatie van bijv. plaats en tijd.
Voorbeeld (Nova, les 4)
Doel: verwerven van woordenschat en syntaxis door te spelen met betekenissen en hun ordening in de zin; wennen aan het handelingsmodel en aan de codering als visualisering.
Inhoudelijk materiaal: door docent verteld verhaaltje, de betekenissen zijn ontleend aan schoolboeken Startpunt en SIZ. Leerlingen komen rond tafel staan en krijgen woord(groep)en op papier geschreven in de hand. Ze bouwen een aantal zinnen uit het verhaaltje, als volgt.
doc. legt op tafel •
. fietst
doc. zegt •
. iemand fietst wie?
11. legt op tafel •
. Ayla
doc. vraagt •
. wanneer?
11. legt op tafel •
. 's avonds
doc. vraagt •
. waarheen?
11. legt op tafel •
. naar huis
Zin wordt geordend : Ayla fietst 's avonds naar huis.
doc. legt op tafel repareert
doc. zegt iemand repareert iets, wie? wat?
11. legt op tafel Peter
11. legt op tafel Ayla's fiets
doc. vraagt : wanneer?
11. legt op tafel om half vier
Zin wordt geordend Peter repareert om half vier Ayla's fiets.
Enzovoort.
Zinnen komen op bord; docent codeert, steeds het handelingsmodel herhalend, leerlingen nemen over.
2.4. De grammatica als generatief beginsel
Zij leren niet alleen op school maar ook en vooral op straat de namen voor allerlei personen en zaken. In de gestuurde taalverwerving van onze grammatica wordt hun gevraagd die namen in te vullen voor iemand en iets die bij het werkwoord horen. Ze leren ook spontaan de woorden
64