taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

iemand buigt   vanwege wie? waar?   wanneer?

de zanger   voor het publiek op het podium na het concert

iemand buigt   iets   hoe?   waarom?

de elektricien   de pijp   met z'n handen -

de leraar   zijn hoofd   -   omdat hij moe is

De invulling moeten ze leren, maar ook de ordening. Dat laatste gebeurt door middel van de streepjescode die elk informatiestuk wordt meegegeven.

2.3. De grammatica als receptief beginsel

In het begin van hun taalverwerving is het nodig dat leerlingen zo veel mogelijk woorden leren kennen en herkennen, dat zij zich gewennen aan het verstaan van de nieuwe taal, luisterend of lezend. Het aantal zelfstandige naamwoorden is zo veel groter dan het aantal werkwoorden. Werkwoorden kunnen niet begrepen worden zonder inbedding in wat ze tot leven brengt. Het ligt daarom voor de hand, dat zij niet het woordje leven leren, maar iemand leeft, te zamen met een aantal namen die voor die iemand kunnen staan. Ook wanneer ze zinnen lezen of horen om te ontcijferen, ligt het, op het moment dat dat niet zo vanzelfsprekend gaat, voor de hand naar het ordenend element ervan te zoeken: het werkwoord, en vervolgens te raden, wáár de betrokkenen (de noodzakelijke aanvullingen) staan, en wáár de aanvullende informatie van bijv. plaats en tijd.

Voorbeeld (Nova, les 4)

Doel: verwerven van woordenschat en syntaxis door te spelen met betekenissen en hun ordening in de zin; wennen aan het handelingsmodel en aan de codering als visualisering.

Inhoudelijk materiaal: door docent verteld verhaaltje, de betekenissen zijn ontleend aan schoolboeken Startpunt en SIZ. Leerlingen komen rond tafel staan en krijgen woord(groep)en op papier geschreven in de hand. Ze bouwen een aantal zinnen uit het verhaaltje, als volgt.

doc. legt op tafel   •

.   fietst

doc. zegt   •

. iemand fietst wie?

11. legt op tafel   •

. Ayla

doc. vraagt   •

. wanneer?

11. legt op tafel   •

.   's avonds

doc. vraagt   •

. waarheen?

11. legt op tafel   •

. naar huis

Zin wordt geordend : Ayla fietst 's avonds naar huis.

doc. legt op tafel   repareert

doc. zegt   iemand repareert iets, wie? wat?

11. legt op tafel   Peter

11. legt op tafel   Ayla's fiets

doc. vraagt   : wanneer?

11. legt op tafel   om half vier

Zin wordt geordend   Peter repareert om half vier Ayla's fiets.

Enzovoort.

Zinnen komen op bord; docent codeert, steeds het handelingsmodel herhalend, leerlingen nemen over.

2.4. De grammatica als generatief beginsel

Zij leren niet alleen op school maar ook en vooral op straat de namen voor allerlei personen en zaken. In de gestuurde taalverwerving van onze grammatica wordt hun gevraagd die namen in te vullen voor iemand en iets die bij het werkwoord horen. Ze leren ook spontaan de woorden

64

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties