Leerstof voor taalbeschouwingsonderwijs; wat bevatten taalmethoden en de 'blauwdruk voor taalmethoden' van de SLO?
AMOS VAN GELDEREN
SCO-Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam
Samenvatting
De SLO heeft een blauwdruk voor taalmethoden ontwikkeld, ter ondersteuning van auteurs van toekomstige taalmethoden voor het basisonderwijs. De blauwdruk bevat onder andere gedetailleerde streefdoelen voor mondelinge en schriftelijke vaardigheden en voor taalbeschouwing, verdeeld over tweetallen leerjaren. Voor het onderdeel taalbeschouwing is ook een analyse gemaakt van wat er in recente taalmethoden wordt aangeboden. Ik geef een globaal overzicht van de leerstof in deze methoden. Daarna ga ik in op de streefdoelen voor taalbeschouwing in de blauwdruk.
De streefdoelen in de 'blauwdruk voor taalmethoden'
In de 'blauwdruk voor taalmethoden' van de SLO (Van Gelderen & Beernink, 1997) worden twee hoofdstukken besteed aan het probleem van de leerstofselectie voor taalmethoden. In het ene hoofdstuk worden uitgangspunten gegeven voor leerstofselectie. In het andere worden deze uitgangspunten per tweetal leerjaren geconcretiseerd in de streefdoelen. De blauwdruk biedt hiermee steun aan auteurs van taalmethoden, maar ook anderen kunnen hier wat aan hebben (bijvoorbeeld: vakdocenten bij pabo's, toetsontwikkelaars, leerplanontwikkelaars, schoolbegeleidingsdiensten, schooldirecties, onderzoekers). De streefdoelen zijn geformuleerd voor drie hoofddomeinen van het taalonderwijs: mondelinge vaardigheden, schriftelijke vaardigheden en taalbeschouwing. Ook al gaat het in deze bijdrage alleen over de streefdoelen voor taalbeschouwing, is het toch nuttig even in te gaan op de algemene kenmerken van de streefdoelen:
Ten eerste zijn de streefdoelen gebaseerd op de (verplichte) kerndoelen voor het taalonderwijs en op een systematische beschrijving van de leerstof voor het taalonderwijs. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen leerstof voor taalgebruikssituaties (zoals het begrijpen van een tekst of het doen van een mededeling) en voor ondersteunende vaardigheden (zoals technisch lezen, handschrift, spelling en formuleervaardigheid).
Ten tweede stellen de streefdoelen eisen aan het onderwijsaanbod via taalmethoden (dus niet aan de leerresultaten van leerlingen).
Ten derde geven de streefdoelen uitdagende leerdoelen voor alle leerlingen (dus geen minimumdoelen).
Ten vierde leggen de streefdoelen het leerstofaanbod vast voor perioden van telkens twee leerjaren van het basisonderwijs.
Ten vijfde geven de streefdoelen een systematische opbouw in moeilijkheidsgraad van leerstof over de leerjaren heen. Voor dit laatste zijn diverse wegen bewandeld, zoals: toename van de hoeveelheid leerstof, toename van beheersingsniveau van de leerstof, het verschil tussen uitvoering met hulp en zelfstandige uitvoering en differentiatie van de leerstof naar steeds meer aspecten. Soms is er geen verschil in letterlijke formulering in verschillende niveaus. De aanname is dan dat een vaardigheid in latere leerjaren bij moeilijker taken toegepast wordt.
89