taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

12   Mark Van Bavel

proces. In dat geval spreken we van coöperatief leren, dat gegroeid is uit het werken met heterogene groepen en taakgericht onderwijs (zie Marc Smolenaers en anderen).

En ten slotte veronderstellen het ontwikkelen van leerlijnen, de integratie van leerinhouden en vaardigheden en de interactieve/coöperatieve werkvormen een veranderende rol van leerlingen en leraren. Leerlingen vergaren niet alleen kennis, maar verwerven ook strategieën om zelfstandig gegevens te verwerken. Ze nemen bij interactief en coöperatief leren verschillende verantwoordelijkheden in de groep. De aanname is hier dat ze zo betere leerders en probleemoplossers worden door zelfsturing en zelfstandig problemen oplossen. Leraren zijn niet alleen lesgevers, ze worden in die situatie ook organisator, observator en stimulator. Ze evolueren naar een rol van verstrekker van feedback bij zelfstandig leren met goede feedbackinstrumenten: leerenquête, logboek, observatie, verslagen en persoonlijke gesprekken.

Collega's stellen bij al die ontwikkelingen twee vragen naar opleiding en remediëring. Gaat er wat fout, bijvoorbeeld met onze leesstrategieën, met het woordbeeld? Ze komen tot de ontstellende vaststelling dat steeds meer leerlingen problemen krijgen met spellen en lezen. Dyslexie lijkt opeens veelvuldig(er) voor te komen. Dat merken we aan vragen van heel wat scholen die wij als begeleider krijgen. Of heeft dat ermee te maken dat er nu een grotere openheid is tegenover leerachterstand en dyslexie? Peter van Vugt stelt dat misschien de attributies fout zijn.

Voor sommigen gaan we hier iets te ver. Moeten we met het vak de onderwijskundige toer op? Zo vraagt Luc Vercammen, pedagogisch directeur op een grote aso-school, zich af of bijvoorbeeld leren leren wel thuishoort in het vak Nederlands en dus op een conferentie als Het Schoolvak Nederlands.

1.2 Hulpmiddelen

Een tweede opdracht van HSN is 'etaleren'. Bij dat etaleren, ook op deze conferentie, valt steeds meer het gebruik van nieuwe multimedia op. In de beginjaren werden de presentaties gegeven met bord en krijtje, of hier en daar al eens een flap-over. Even later werd de overhead standaard. Ondertussen heeft ook video al enige jaren die status verworven. Steeds meer gaan we de weg op van presentaties met hypertekst, Internet, met multimediale pc, met Powerpoint, met lcd-plaat... zodat de systeembeheerder op de conferentie nu even onmisbaar is als de technicus vroeger. We vragen ons af of die multimediale ondersteuning ook al 'werkt' in het voortgezet onderwijs en wat haar reële rol is: ondersteuning van het leerproces, bijvoorbeeld bij gedocumenteerd schrijven; illustratie bij encyclopedische gegevens, bijvoorbeeld in een literaire context (Culturele en Kunstzinnige Vorming). Volgens Ronald Soetaert is er meer aan de hand: de nieuwe media ondersteunen niet alleen de leerprocessen, ze genereren ook nieuwe inhouden en genres.

Wij vragen ons echter af of de leraar voor de klas al zo ver staat. Of hier niet een grote kloof dreigt tussen retoriek en praktijk: bakens verzetten is goed, maar ze hoeven niet zo ver verzet te worden dat leraren er niet aan willen/kunnen. Uiteraard moeten leraren op de HSN-conferentie ook vernemen en inzien dat multimedia een meerwaarde kunnen hebben. Leraren moeten op een conferentie echter motiverende impulsen krijgen: zo van `daar wil ik ook aan'. Ze moeten niet de frustratie krijgen van: 'dat kan ik helemaal niet'.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties