taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Het I.M.-project. Leerlingen discussiëren via email over een literair werk (Michel Couzijn & Lizan Zonneveld)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

HET I.M.-PROJECT   129

Om te zien of we van 'verdieping' kunnen spreken, wilden we op twee aspecten letten: beter begrip van het literaire werk en betere onderbouwing van het oordeel. Ons bleek dat leerlingen in hun herschreven versies vaker een aantal kenmerkende verhaaltheoretische begrippen aan de orde stellen. Dan gaat het om thema, titelverklaring, symboliek, personages, stijl, structuur, perspectief, tijd, ruimte, genre, en de verhouding fictie/werkelijkheid (dat laatste mag bij het boek I.M. geen verwondering wekken). Over de onderbouwing van het oordeel hebben we op dit moment nog geen gegevens voorhanden.

VOORBEELD 4: Herschreven versie recensie door D.G.

Extreme emoties

Na de dood van Ischa Meijer was Connie Palmen totaal van slag af. Het heeft lang geduurd voordat ze weer verder kon met haar leven. Toen ze daaraan toe was, heeft ze `I:M' geschreven. Een boek over hoe belangrijk Ischa Meijer voor haar was en ze maakt hiermee een soort gedenkteken voor hem; een in memoriam (vandaar de titel).

Connie Palmen is een schrijfster die heel persoonlijke boeken schrijft, en TM.' is ook zo'n boek. Het beschrijft de hechte relatie tussen haar, Connie P., en Ischa M. Over de heftige emoties die ze bij elkaar teweeg brachten en de problemen die ze hadden. Zoals de drang van Ischa Meijer om steeds weer vreemd te gaan en de moeilijkheden die hij met zijn jeugd had en het alcoholisme van Connie Palmen zelf. Het zijn heel intieme onderwerpen waar je door aangetrokken of afgestoten kan worden.

Het gaat er bij dit boek niet om of alles echt zo gebeurd is als het er staat, maar om hoe Connie Palmen het zelf ervaren heeft. Een boek kan nooit de waarheid precies weergeven. Zeker niet als het om dingen gaan die je zo aangegrepen hebben.

Het boek is niet ingedeeld in hoofdstukken, maar in allemaal stukken tekst. Je kunt het zien als een soort alinea's. Hierdoor komt het over zoals het leven is: allemaal losse fragmenten die samen een geheel vormen. Al deze korte stukjes (gedachtes, gebeurtenissen etc.) achter elkaar geven een snelheid aan het boek. Je raakt in een soort ritme.

Door het boek komen steeds citaten van Ischa Meijer terug. In het begin is dit een leuke afwisseling en het geeft aan hoezeer Connie Palmen met Ischa Meijer en zijn gedachtes bezig was. Op een gegeven moment voegen sommige citaten echter echter niet zoveel meer toe, omdat de inhoud ervan vaak al eerder in het boek besproken is. Ook worden de citaten steeds langer. Wel geven de filosofische gesprekken en gedachtes een extra dimensie aan het boek.

Ischa Meijer en Connie Palmen leken voor elkaar bestemd. Dat maakt het einde heel aangrijpend, ook al weet je van tevoren hoe het afloopt.

Ter illustratie laten we hier zien hoe we in de herschrijving van voorbeeld 4 'verdieping' hebben vastgesteld (tabel 1). Per alinea geven we aan welk verhaalanalytisch aspect nieuw is of uitgebreider aandacht heeft gekregen.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties