taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Didactische en pedagogische principes voor het meten van taalvaardigheid in een multimediale toets (Veerle Depauw)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

DIDACTISCHE PRINCIPES VOOR HET METEN VAN TAALVAARDIGHEID IN EEN MULTIMEDIALE TOETS   149

De tweede voorbeeldtoets geeft alleen aan in hoeverre leerlingen een bepaald onderdeel van het systeem hebben geleerd. We kunnen er niet zomaar van uitgaan dat het kunnen invullen van woorden in een tekst van een specifieke tekstsoort een goede indicator is om taalvaardigheid te meten. Woorden maken wel deel uit van taalvaardigheid, maar zijn niet de enige maatstaf. Daarmee is niets gezegd tegen toetsen die grammaticale elementen of woordenschat willen meten. Het punt is alleen dat uitspraken op basis van de resultaten van indirecte toetsen, sterk gerelativeerd moeten worden. Je zegt alleen in hoeverre leerders kennis hebben van bepaalde talige elementen, en niet in hoeverre iemand zijn kennis kan omzetten in een taalgebruikssituatie. Omdat we uitgaan van functioneel taalonderwijs, lijkt het ons veiliger om directe toetsen te hanteren.

Validiteit is in dit opzicht een belangrijk begrip. Een toets is valide als hij meet wat hij beoogt te meten. Uit het voorgaande blijkt dat dit evidenter is bij directe toetsen: de band tussen wat je meet en wat je beoogt te meten is veel nauwer. Bij indirecte toetsen moet die band nog worden aangetoond (bijvoorbeeld door een validiteitsonderzoek).

2 DE MEERWAARDE VAN MULTIMEDIALE TAAKGERICHTE TOETSEN

Ondanks het gebruik van computers in alle vormen van onderwijs worden toetsen meestal op een traditionele manier afgenomen. Hier en daar doen multimediale toetsen echter hun intrede. Multimediaal verwijst naar een computergestuurde toetsen waarin foto's, geluid en beeld geïntegreerd zijn. Men moet bijgevolg over een multimediale computer beschikken (cd-rom of cd-i met een geluidskaart). Bij traditionele toetsen (of pen-and-pencil-toetsen) is van een dergelijke integratie geen sprake. Dat wil niet zeggen dat men dan geen gebruik kan maken van een cassette of een videobeeld. Die zijn dan evenwel niet verwerkt in een softwareprogramma en komen niet geintegreerd aan bod. Dit wil ook niet zeggen dat er helemaal geen computer ingeschakeld kan worden: vaak worden de afnames van een groot aantal kandidaten met een computerprogramma verwerkt.

Welke meerwaarde bieden multimediale toetsen vanuit onze visie op taalonderwijs in vergelijking met traditionele toetsen? Uit het onderzoek van Vanmontfort (s.d.), waarin een aantal volwassen laaggeschoolde taalleerders een week lang taakgerichte activiteiten op de computer mochten uitvoeren, blijkt een eerste belangrijk voordeel. Vanmontfort besluit dat de wereld van de taak via de computer op een aanschouwelijke manier geïntroduceerd wordt. Dit helpt leerders om zich in te leven in de wereld van de taak (of de kennis van de wereld), dat zijn alle mensen, concepten, dingen en situaties die in een taak worden opgeroepen. Wanneer je leerders bepaalde dingen met taal laat doen om te evalueren in hoeverre ze in een bepaalde communicatieve sltuatie kunnen functioneren, wordt meestal een beroep gedaan op hun inlevingsvermogen. Denk maar aan bovenstaand voorbeeld: de leerlingen moeten zich inleven in een situatie waarin ze een brief moeten schrijven.

In het kader van toetsing blijkt dit inlevingsvermogen belangrijk met betrekking tot de betrouwbaarheid van een toets. Dat is de mate waarin een toets consistent meet wat hij zou moeten meten. Een test is betrouwbaar wanneer de scores van een kandidaat op een test op een bepaald tijdstip goed correleren met de scores van een andere kandidaat met dezelfde mogelijkheden, maar op een ander tijdstip en door een verschillende

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties