taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

16   Marijke Asscheman, Marlies Kamp & Moniek Sanders

3 VOORWAARDEN VOOR SUCCES

Succesvol samenwerken gaat niet vanzelf. Zowel bij de docent als bij de leerlingen moet er bereidheid en enthousiasme zijn om samen te werken. Daarnaast moet natuurlijk het klimaat in de klas goed zijn. In een situatie waarin leerlingen zich niet veilig voelen om met anderen informatie uit te wisselen (omdat ze bijvoorbeeld denken dat ze uitgelachen zullen worden), zal samenwerken een fiasco worden.

Om ervoor te zorgen dat leerlingen groepswerk serieus nemen, moet ook in de opdracht zelf met een aantal voorwaarden rekening gehouden worden. Allereerst moeten leerlingen een reden hebben om samen te werken: de opdracht moet zo zijn geformuleerd dat de groepsleden positief afhankelijk zijn van elkaar. Dat wil zeggen dat leerlingen elkaar nodig hebben om de opdracht tot een goed einde te brengen. Ook moet de opdracht uitnodigen tot intensieve interactie: leerlingen moeten bijvoorbeeld informatie uitwisselen of discussiëren.

Een andere voorwaarde is dat elk groepslid een eigen controleerbare bijdrage aan het eindproduct levert, met andere woorden: leerlingen moeten individueel aanspreekbaar zijn op hun bijdrage. Daarnaast moet voor elke leerling duidelijk zijn welke taak hij heeft om de samenwerking vlot te laten verlopen, bijvoorbeeld de tijd bewaken of iedereen om de beurt het woord geven.

Leerlingen moeten ook over middelen, zoals sociale en communicatieve vaardigheden, beschikken om goed met elkaar te kunnen samenwerken. Die vaardigheden moeten dus aangeleerd worden in het geval leerlingen die niet hebben.

Eveneens een belangrijke voorwaarde voor succesvol samenwerken, is de aandacht voor feedback. Een groepsopdracht moet worden gevolgd door een goede nabespreking. Daarin moet dan niet alleen de inhoud maar ook de manier waarop is samengewerkt, aan de orde komen.

4 DE OPBOUW VAN DE VAARDIGHEDEN

Vrijwel elk thema in Schoolslag bevat een groepsopdracht. Stapsgewijs leren de leerlingen de verschillende vaardigheden, zoals een beurt geven, elkaar iets uitleggen, met de groep beslissingen nemen. De aangeboden opdrachten worden steeds complexer en uitgebreider: leerlingen moeten met steeds meer dingen rekening houden.

Voorbeeld 1 is een groepsopdracht uit thema 4 voor het eerste jaar. De leerlingen bedenken gezamenlijk een invulling voor een klassenfeest. De opdracht is concreet. De taken die leerlingen onderling gaan verdelen, zijn duidelijk omschreven. Er wordt eveneens een aanwijzing gegeven over hoe de taken verdeeld moeten worden. Zo komen de taken niet automatisch bij leerlingen die door de groep daar het meest geschikt voor gevonden worden. Elke leerling krijgt de mogelijkheid om met een taak te oefenen. De taakverdeling draagt er bovendien toe bij dat elke leerling wordt betrokken bij de opdracht.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties