taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Wat is hier het onderwerp (Jannemieke van de Gein)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

WAT IS HIER HET ONDERWERP

Jannemieke van de Gein

Voor basisschoolleerkrachten in Vlaanderen is taalbeschouwing een nieuw begrip (Gobien 1997), maar in Nederland niet.' Het belang van taalbeschouwing wordt daar al jarenlang onderschreven, over de inhoud bestaat overeenstemming (zie onder meer Beernink et al. 1997, Sijtstra 1997), maar uitwerkingen laten te wensen over (Van Gelderen & Jacobs 1997, Van Gorp 1997). Dekkers (1997) constateert dat er 'met taalbeschouwing geëxperimenteerd (moet) worden' omdat het 'in de kinderschoenen' staat (p. 29, 5).

1 DE TWEE KANTEN VAN TAALBESCHOUWING

Taalbeschouwingsonderwijs heeft een kennisdoel en een vaardigheidsdoel; aan de ene kant is het leerzaam en aan de andere kant is het nuttig.

1.1 De leerzame kant

Het is leerzaam als leerlingen worden geconfronteerd met taalmateriaal waarover zij zich kunnen verwonderen, en dat hen uitdaagt tot onderzoek. Zo kunnen zij ontdekkingen doen over het taalsysteem en die ontdekkingen toetsen, wat kan leiden tot nieuwe ontdekkingen. Voorwaarde daarvoor is dat leerlingen initiatief kunnen nemen, met anderen kunnen werken, en met elkaar op werk kunnen reflecteren. In zijn ideale vorm ontbreekt in zulk onderwijs krampachtigheid en angst: fouten bestaan niet.

In zo'n aanpak leren leerlingen bijvoorbeeld in welke specifieke taalgebruikssituaties en met welke bedoelingen verkleinwoorden gebruikt worden: om anderen 'een kopje kleiner' te maken of om intimiteit te benoemen. Ze breiden hun kennis uit door te leren dat er uitdrukkingen zijn met een verkleinwoord, en ze breiden hun woordenschat uit met een aantal van zulke uitdrukkingen. Wie wil, kan zijn verzameling verkleinwoorden verrijken met woorden voor spel en snoep, en je kunt nóg verder gaan, zodat je ontdekt dat er ook verkleinwoordvormen zijn die via een semantische omweg aan een grondwoord gehecht zijn; of, onthecht, geen onverkleinde grondvorm hebben. Liefst moeten leerlingen deze ontdekkingen niet voor zichzelf houden, maar presenteren.

Door zulk taalbeschouwingsonderwijs verwerven leerlingen niet uitsluitend taalkennis, en de taalkennis is niet uitsluitend intellectueel. Ze leren een begrip hanteren, hebben daar inzicht in, en het begrip kan leiden tot veranderingen in taalgebruik. Dat gebeurt echter niet vanzelf.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties