taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Twee weten meer dan een. Het belang van samenwerkend leren (Marijke Asscheman, Marlies Kamp & Moniek Sanders)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TWEE WETEN MEER DAN EEN   19

In dit voorbeeld is de taakverdeling abstracter. In plaats van taken verdelen de leerlingen verschillende rollen: voorzitter, verslaggever, tijdbewaker, coach en regelaar. Elk van deze rollen omvat taken die leerlingen bij eerdere samenwerking al eens hebben uitgevoerd.

Niet alleen door de rolverdeling zijn de groepsleden afhankelijk van elkaar. Elke leerling voert een ander deel van het onderzoek uit en is daar zelf verantwoordelijk voor, maar hij kan daarmee niet de groepsopdracht uit het oog verliezen. Daarnaast heeft de groep een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het eindproduct, omdat er een verslag moet worden geschreven van het gehele onderzoek.

VOORBEELD 3: Wat je kunt zeggen...

Wat je kunt zeggen

als je een ander de beurt wilt geven: (le kijkt naar iemand en je noemt zijn of haar naam.)

  • Zeg het maar.

  • Jij bent aan de beurt

Wat je kunt zeggen, welke rol je ook hebt

als iemand voor zijn beurt praat:

  • Wacht even. Ik ben/hij is/zij is nog niet klaar.

  • Iaat me/hem/haar even uitpraten.

  • Mag ik/hij/zij even uitpraten?

als je de beurt wilt:

  • Mag ik even iets zeggen/vragen?

  • Ik wil graag nog iets zeggen/vragen.

  • Ik heb nog een opmerking/een vraag.

UIT: Schoolslag 1.

De belangrijkste verandering die samenwerken met zich meebrengt voor de docent is die van informatiegever naar begeleider. Door die verandering is de

docent genoodzaakt een beroep te doen op andere vaardigheden. Een begeleidende docent zal zich terughoudend opstellen tijdens de uitvoering van de opdracht en niet reageren op vragen om ondersteuning van individuele leerlingen.

Voor de docent is de taak weggelegd om een link te leggen tussen de sociale vaardigheden die bij groepswerk vereist zijn en het feitelijke gedrag van leerlingen in een groep. Dat kan bijvoorbeeld door het gedrag van de leerlingen te observeren en in de nabespreking vooral de voorbeelden van gewenst gedrag aan de orde te stellen.

Voor alles gaat dat de sfeer in een klas voor leerlingen veilig moet zijn. De docent kan daaraan bijdragen door de groepssamenstelling te bepalen. Ook andere aspecten, zoals een duidelijke en positieve aanspreektoon van de docent, dragen bij aan een veilige leeromgeving.

Zoals gezegd heeft samenwerken ook het bevorderen van taalverwerving tot doel. In voorbeeld 3 staat een aantal taaluitingen die bijvoorbeeld meertalige leerlingen goed van pas komen. De taaluitingen zijn van belang bij het samenwerken. Het gaat in het voorbeeld om uitingen die horen bij 'iemand de beurt geven', 'de beurt nemen'; uitingen die leerlingen kunnen helpen bij het ultvoeren van hun taak.

5 DE ROL VAN DE DOCENT

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties