taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Leren, dat doe je gewoon! Leren leren in een wereldoriëntatie-onderwijs in de basisschool (Koen Van Gorp)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

LEREN, DAT DOE JE GEWOON!   209

Savijn (1996) voelt verder aan: belangrijk is dat leren leren als een leerdoel wordt gezien en dat de leerkracht overtuigd is van het feit dat iedere leerling een betere leerder kan worden. Op die manier wordt een klimaat gecreëerd dat optimisme uitstraalt. In zo'n klimaat kan een stimulerende leeromgeving gecreëerd worden. Dat is een leeromgeving met een open karakter, waarin leerlingen ook bij momenten zelf hun leertaken kunnen kiezen en plannen. Belangrijk is dat de leerkracht het leerproces niet stuurt, maar wel ondersteunt, in goede banen leidt. De leerkracht staat model en maakt de leerprocessen transparant (expliciteert). Hij nodigt uit tot reflectie en stimuleert het leren-van-elkaar.

Breng ik dit alles in verband met taakgericht onderwijs, dan krijg ik onderwijsleersituaties zoals een leerkracht uit het vijfde leerjaar beschrijft in Nieuwe rollen (Klasse, juni 1997):

"Op een dag stuurde ik mijn leerlingen de school in met een plattegrond van het gebouw. Via een route en allerlei vragen en opdrachten moesten ze de school in kaart brengen. Ze vroegen leerkrachten en administratief personeel om informatie, definieerden soorten lokalen, duidden voorwerpen aan op een plan, kortom, een soort ontdekkingsreis door de school. Later legden we de link naar echte ontdekkingsreizigers. De leerlingen werkten onder meer in groepjes van vier. In één werkvorm kreeg elke leerling van een groep een tekst in handen die de anderen van zijn groep niet hadden. Vier verschillende teksten dus. De bijbehorende vragen deden een beroep op de informatie in alle teksten. Zo moest elke leerling van de groep zich tonen, wilden zij alle vragen oplossen. Leren samenwerken dus. Bovendien liet ik de rollen binnen de groep variëren, zodat ook de leiding in de groep wisselde. Leren leiding geven, leren verslag uitbrengen, informatie leren overbrengen... Uiteindelijk hadden al die taken en het thema tot doel sociale, technische en taalvaardigheden aan te leren. De ontdekkingsreizen waren gewoon de kapstok, al leerden de kinderen ook daarover heel wat."

Binnen taakgericht onderwijs levert dat de volgende uitgangspunten voor goed onderwijs op:

  •  het creëren van een krachtige leeromgeving waarin leerlingen zelfontdekkend en probleemoplossend bezig zijn aan de hand van motiverende en uitdagende taken en waar mogelijkheden zijn tot zelfsturing en reflectie;

  •  actieve betrokkenheid van alle leerlingen in een positief en veilig klasklimaat;

  •  interactiekansen (leren samenwerken en samenwerkend Ieren), zodat leerlingen samen problemen kunnen oplossen;

  •  ook de leerkracht is een interactiepartner voor de leerlingen en neemt de rol aan van bezieler, ondersteuner en organisator.

Taakgericht onderwijs is een onderwijs dat per definitie problemen uitlokt bij leerders en net in de uitbuiting van die problemen leren situeert. Problemen zijn 'hot spots for learning'. Om het cru te stellen: taakgericht onderwijs stuurt aan op problemen bij zijn leerders. Op die manier leren kinderen hun eigen beperkingen te overwinnen. Belangrijk is dat de problemen waarmee de kinderen geconfronteerd worden, zo functioneel mogelijk zijn. De leerinhouden moeten een functie krijgen voor de leerlingen, ze moeten er het nut van inzien. Als veel van de leerinhouden vrij abstract zijn, moeten we die veel abstractere wereld van elementen en verbanden wel aanschouwelijk en toegankelijk maken. We bieden leerlingen ervaringen aan die diep genoeg en breed genoeg gaan om er zelf lering uit te trekken.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties