taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

HET REFERAAT IN EEN LEERLIJN
LUISTEREN EN SPREKEN

Marita Van Auwenis

Iedereen die met taal begaan is, weet dat momenteel de mondelinge communicatie steeds meer op de voorgrond komt en duidelijk aan belang wint. De samenleving waarin wij leven, verlangt dat mensen assertief zijn, duidelijk hun mening kunnen zeggen, mondelinge opdrachten goed verstaan én uitvoeren,... Zelfs de spitstechnologie in de informaticawereld volgt de mondelinge communicatie op de voet. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de recente leerplannen en eindtermen uitgebreid belang hechten aan spreek-, luister- en kijkvaardigheid.

Schoolboeken die echt willen voldoen aan deze nieuwe inzichten binnen het vak Nederlands, zorgen voor een evenwichtig uitgebouwde leerlijn voor de vaardigheden, niet alleen voor luisteren en spreken, maar ook voor lezen en schrijven! Tijdens deze sessie is aan de deelnemers, aan de hand van één totaalvaardigheid - het referaat - de leerlijn luisteren en spreken van de methode Netwerk Nederlands voorgesteld.

1 SITUERING VAN HET REFERAAT BINNEN DE LEERLIJN

In de eerste graad maken de leerlingen kennis met de OVUR-strategie (Oriënteren -Voorbereiden - Uitvoeren - Reflecteren). Een aantal deelvaardigheden daaruit worden aangeleerd en ingeoefend, steeds rekening houdend met het afstandsprincipe. Concreet wil dat zeggen dat ze zich voorbereiden op communicatiesituaties die voor hun leeftijd relevant zijn. Tijdens het eerste jaar van de tweede graad oefenen de leerlingen deze deelvaardigheden verder in. De opdrachten worden moeilijker, de leerlingen moeten ook meer nadenken over datgene waarmee ze bezig zijn. Ze beseffen dat de hele strategie hen wil leren om vlot en doeltreffend te spreken én te luisteren!

In het tweede jaar van de tweede graad gaan de leerlingen nog een stapje verder en komen ze in contact met een meer formele monoloog, het referaat. Hier worden de resultaten van een goed gestructureerde leerlijn voelbaar! Leerlingen van deze leeftijd beseffen dat iemand die zijn mening goed en duidelijk kan verwoorden, iemand die mensen kan overtuigen van zijn gelijk of warm kan maken voor zijn ideeën, een serieuze voorsprong heeft. Niet alleen als leerling of student, maar ook in hun latere beroeps-of verenigingsleven worden zij geconfronteerd met 'referaten'. Naast het gewone referaat is er ook ruimte voor het betogend referaat. Het principe is hetzelfde; de leerlingen moeten nu echter ook leren omgaan met argumenten. Ze leren de verschillende soorten argumenten onderscheiden én doeltreffend gebruiken.

In de derde graad steunen de leerlingen verder op de kennis en de praktijk die ze vroeger al hebben opgebouwd. Vooral actief luisteren en goed argumenteren zijn hier van groot belang. Deze twee vaardigheden zijn immers onmisbaar bij efficiënt deelnemen aan debat of discussie.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties