taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

LUISTER NAAR JEZELF EN KIJK NAAR EEN ANDER
Feedback op taaltaken in o.a. Schoolslag

Nanette Bienfait & Theun Meestringa

Zelfstandig leren houdt in dat leerlingen inzicht krijgen in bijvoorbeeld hun prestaties, hun vorderingen, de manier waarop ze een taak aanpakken en hun leerbehoeften. Goede feedback is een belangrijk en noodzakelijk hulpmiddel om tot dat inzicht te komen. Om deze reden gaan we in deze bijdrage nader in op de mogelijkheden van feedback in het onderwijs. We doen dit aan de hand van voorbeelden uit Schoolslag, een taakgerichte leergang Nederlands voor de basisvorming, en door middel van het beantwoorden van de volgende vragen:

  1. Wat is feedback?

  2. Waarom feedback in het onderwijs?

  3.  Op welke aspecten van taalleren kunnen leerlingen feedback krijgen?

  4.  Door wie kan feedback gegeven worden?

  5. Wanneer hebben leerlingen feedback nodig?

  6.  Met welke instrumenten wordt informatie verzameld voor feedback?

De eerste twee vragen beantwoorden we in relatie tot taalbeleid, de andere vier aan de hand van Schoolslag. In de laatste paragraaf komen we tot een advies.

1 WAT IS FEEDBACK?

Feedback (letterlijk 'terugkoppeling') in het kader van leren bestaat uit reacties op verbale en non-verbale uitingen van de taalleerder met het effect dat hij weet wat hij geleerd heeft en zo nodig leert hoe hij de aanpak en het product zelfstandig kan verbeteren. Meer aandacht voor feedback op het (taal)leren is een belangrijk (nieuw) aspect van taalbeleid.

Taalbeleid is sinds begin jaren '90 in ontwikkeling op Nederlandse scholen voor voortgezet onderwijs. Aanvankelijk was het vooral gericht op het wegnemen van belemmeringen die leerlingen ondervinden bij het volgen van lessen, bij het lezen van teksten en bij het begrijpen van woorden. Taalbeleid in het voortgezet onderwijs krijgt evenwel nieuwe kansen als het meer wordt gericht op het stimuleren van de verwerving van vaktaal door leerlingen. We zullen dit toelichten.

Docenten van alle vakken zien en ervaren de problemen van leerlingen die nog bezig zijn met de verwerving van het Nederlands. Ze zoeken daarvoor vaak oplossingen die op zich logisch zijn, maar uiteindelijk leiden tot een verlaging van het niveau van de lessen en van de eisen die aan de leerlingen gesteld worden (zie Hajer & Meestringa 1995, p. 46). Na haar onderzoek (Hajer 1996) naar het functioneren van een 'zwarte' mavo-3klas in de-vakken biologie, aardrijkskunde, scheikunde, natuurkunde en wiskunde komt Hajer (1997) tot een karikaturale typering: de schooltaalvermijdende docent en de taal-gerichte docent (zie tabel 1).

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties