taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Het schoolvak Nederlands onderzocht (Mariëtte Hoogeveen & Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

HET SCHOOLVAK NEDERLANDS ONDERZOCHT   259

Enkele opvallende punten:

  1. In alle domeinen van het vak is het meeste onderzoek verricht naar onderwijsleer-activiteiten, van descriptieve aard. We zljn dus zo langzamerhand behoorlijk op de hoogte van hoe het onderwijs Nederlands er in de dagelijkse praktijk uitziet. Via bevraging van leraren weten we bovendien dat er flinke verschillen zijn tussen wat zij aan ideeën en idealen hebben en wat ze doen in de dagelijkse lespraktijk, en dat ze zich daar terdege van bewust zijn. De kloof tussen retoriek en praktijk van het onderwerp Nederlands is nog even levensgroot aanwezig als zij geschetst werd in Janssen & Bonset (1987). Het descriptieve onderzoek bevat echter ook een aantal gevalsstudies naar bijzondere lespraktijken, die laten zien dat vernieuwing ook binnen de huidige randvoorwaarden wel degelijk mogelijk is.

  2. Goede tweede op de ranglijst is instrumentatie-onderzoek, vooral verricht ten behoeve van de Nederlandse examenonderdelen lees- en schrijfvaardigheid.

  3. Daarna volgen beginsituatle-onderzoek, evaluatie-onderzoek en doelstellingenonderzoek. Beginsituatie-onderzoek is vooral gedaan naar het leesgedrag en de leesmotivatie van leerlingen. Evaluatie-onderzoek vooral naar prestaties van leerlingen op het gebied van lezen, schrijven en NT2. Doelstellingenonderzoek is wat meer gespreid over de domeinen, maar komt toch het meest voor bij lezen en schrijven. Wonderlijke zaak is het totaal ontbreken van doelstellingenonderzoek naar NT2-onderwijs: juist hier lijkt het toch gewenst de meningen van relevante respondentengroepen te peilen.

  4. Hekkensluiters zijn effectonderzoek, onderzoek naar onderwijsleermateriaal en vooral construerend onderzoek. Dit betekent dat verhoudingsgewijs verreweg het minste onderzoek wordt gedaan naar de ontwikkeling, beproeving en effectmeting van nieuwe didactische aanpakken en materialen. Terwijl deze nu juist bij uitstek in staat zijn om de gesignaleerde kloof tussen retoriek en praktijk in het onderwijs Nederlands te helpen overbruggen, en aldus dat onderwijs te innoveren. Evenals Janssen & Bonset (1987) hebben wij dan ook opgeroepen tot veel meer vervolgonderzoek specifiek voor deze drie soorten.

LITERATUUR

Hoogeveen, M. & H. Bonset: Het schoolvak Nederlands onderzocht. Leuven/Apeldoorn: Garant, 1998.

Janssen, T. & H. Bonset: Ernpirisch onderzoek van het voortgezet moedertaalonderwijs. Enschede: SLO, 1987.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties