taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Vanzelfsprekend: mondelinge taalvaardigheid in de tweede fase (Rudi Liebrand)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

VANZELFSPREKEND: MONDELINGE TAALVAARDIGHEID IN DE TWEEDE FASE   279

Voor het leerlingenboek is een keuze gemaakt voor drie taaltaken: betogende voordracht met vragen na, probleemoplossende discussie en beleidsdebat. Scholen die andere keuzes willen maken, zullen geen gebruik kunnen maken van Vanzelfsprekend. Waarom is er voor deze drie taaltaken gekozen? Er zijn meer taaltaken mogelijk, bijvoorbeeld een informatieve voordracht of een meningvormende discussie of een combinatie van een betogende voordracht en een discussie. Hier is een aantal redenen voor. In de casestudies blijken de gekozen drie taaltaken het meest voor te komen en bovendien blijken ze haalbaar te zijn. De drie taaltaken zijn alle persuasief van aard. Door die duidelijke doelgerichtheid bieden ze de leerlingen enig houvast en op deze wijze wordt een integratie met het domein argumentatieleer verwezenlijkt.

2 HET LESMATERIAAL

Het leerlingenboek bestaat uit vier hoofdstukken: (1) oriëntatie, (2) deelopdrachten, (3) totaalopdrachten en (4) documentatie.

  1.  Oriëntatie

Het hoofdstuk 'oriëntatie' laat, geheel in overstemming met de uitgangspunten van de tweede fase, leerlingen vooraf bepalen wat hun beginniveau is en welke leerwensen ze hebben. Voorts worden enkele voor de methode preliminaire vaardigheden aangeleerd: het schrijven van een logboek, de kenmerken van de drie gekozen taaltaken en het opstellen van een activiteitenplan (lesplanner). De docent bepaalt welke onderdelen worden doorgewerkt. Leerlingen voeren de opdrachten uit in klassikale setting dan wel in keuzewerktijd. De studielast is ongeveer 6 uur.

  1. Deelopdrachten

Het hoofdstuk 'deelopdrachten' bevat opdrachten bij deelaspecten van de taaltaken, zoals het bedenken van een stelling, een publiekgerichte opbouw, observeren, voorzitten en argumenteren. In totaal kosten de deelopdrachten minstens 16 uur. De docent geeft aan hoeveel uur beschikbaar is, bijvoorbeeld 10. Leerlingen maken hun eigen keuzes en noteren die in een activiteitenplan. De opdrachten bestaan uit een stuk theorie, enkele opdrachten die een directe verwerking van de theorie verlangen en een spreekAuisteropdracht, die meestal door medeleerlingen geobserveerd wordt. Leerlingen werken de opdrachten volledig zelfstandig in groepjes door. Na elke opdracht noteren ze een reflectie in hun logboek. Hierbij maken ze gebruik van een vaste set van sltuatieonafhankelijke vragen: wat heb je gedaan? wat ging goed? wat niet? wat ga je doen om de betreffende vaardigheid te verbeteren? De docent is enkele uren per week op afroep beschikbaar voor vragen.

  1. To taalopdrachten

Het hoofdstuk `totaalopdrachten' is onderverdeeld in drie paragrafen: betogende voordracht met vragen na, probleemoplossende discussie en beleidsdebat. Leerlingen kiezen de paragraaf die past bij de schoolkeuze. Elke paragraaf bestaat uit twee opdrachten: een oefenopdracht en een schoolexamenopdracht (= toets). Beide opdrachten verlangen van elke leerling dat deze in een groep de betreffende taaltaak voorbereidt, uitvoert en erop reflecteert. Zowel de oefenopdracht als de examenopdracht kosten de leerling ongeveer 30 uur.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties