taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: In het spoor van Traject. Doel- en publiekgericht schrijven inleiden in de tweede graad (Hilde van Looveren)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

IN HET SPOOR VAN TRAJECT   299

2 DOEL- EN PUBLIEKGERICHTHEID INLEIDEN IN DE TWEEDE GRAAD

Voor theoretische voor- en nabeschouwingen en opdrachten bij doel- en publiekgerichtheid is een schoolboek een ideale bron. Meer algemene controlevragen in verband met doel- en publiekgerichtheid vind je in de meeste schoolboeken. Het gaat om de controlelijsten die veelal in de derde graad gebruikt worden. Niets houdt de tweedegraadsleerkracht tegen om die - wat complexere - lijsten al eens met de leerlingen door te nemen. Hier reik ik slechts enkele kleine opdrachtjes aan die in mijn lessen hun diensten bewezen hebben.

2.1 Doelgerichtheid

Een kleine handicap kan je al eens in je voordeel laten uitdraaien, in mijn geval een allergie voor krijt. Vaak verschijn ik voor de klas met één of enkele vingers in een vingerverband. Meteen heb je de sympathie van een medelijdend volkje gewonnen, én wil ook iedereen (!) te weten komen hoe dat verband aan die vinger(s) terechtgekomen is. Kortom, een gebruiksaanwijzing is een zeer welgekomen tekstsoort om doelgerichtheid te illustreren en te leren toepassen.

Eerst vraag ik de leerlingen op welke vragen een gebruiksaanwijzing-voor-vingerverband een antwoord moet geven en we zijn alweer gelanceerd om een controlelijstje te maken. Dat zou er als volgt kunnen uitzien: de eerste twee vragen controleren of er voldoende informatie gegeven wordt, de derde vraag controleert de betrouwbaarheid, de slotvraag de begrijpelijkheid van de informatie.

  •   Wat zijn de benodigdheden?

Welke stappen moet ik achtereenvolgens nemen?

  •   Zijn alle stappen opgenomen?

+ stap vergeten?

+ stap te veel?

Is het doel bereikt?

  •   Begrijp ik alle woorden en zinswendingen?

De leerlingen krijgen nu de opdracht de gebruiksaanwijzing te schrijven. Na maximum 10 minuten probeert een leerling uit wat een andere leerling dicteert; zo wordt gecontroleerd of de gebruiksaanwijzing aan de vereisten voldoet.

Een nieuwe opdracht kan zijn om een eenvoudige gebruiksaanwijzing te schrijven, waarna de leerlingen elkaars teksten lezen en controleren (met behulp van het controlelijstje en/of 'in de praktijk') of de tekst aan alle vereisten voldoet. Denk aan opdrachten als: schoenveters knopen, een nieuwe vulling in een pen stoppen, de overheadprojector correct gebruiken, een programma opnemen op video/audiocassette, het raam openen...

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties