taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Nieuwe wegen voor steunlessen Nederlands (als tweede taal) (Theun Meestringa, Maaike Hajer & Marleen Miedema)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

NIEUWE WEGEN VOOR STEUNLESSEN NEDERLANDS (ALS TWEEDE TAAL)   309

Zo is het de bedoeling dat in Nederland de scholen voor vbo/mavo structureel leer-wegondersteuning inrichten om zoveel mogelijk leerlingen de school met een diploma te laten afsluiten. Maar er zullen dan wel nieuwe wegen gezocht moeten worden, die zo uitgestippeld zijn dat de genoemde valkuilen vermeden worden. We denken dat geschakeld vak-taalonderwijs een goede optie is om de steunlessen en een gedeelte van het leerwegondersteunend onderwijs in te vullen.

2 GESCHAKELD VAK-TAALONDERWIJS: EEN VOORBEELD

Op het Calandlyceum, een brede scholengemeenschap in Amsterdam, geeft men een eigenzinnige invulling aan de steunlessen, die zij het 'studie-uur taal' noemen (Tordoir & Meestringa 1998). Op grond van toetsen, zoals de Tekstbegripstoets voor de brugklas van Hacquebord, worden per klas de acht zwakste leerlingen ingeroosterd voor het `studie-uur taal'. Zij krijgen op het rapport een aparte waardering voor dit onderdeel. In de eerste klas wordt gewerkt met Weet wat je leest, De woordbreker en Wat vraag je me nu? In de hogere klassen wordt vervolgens uitsluitend gewerkt met teksten uit eigen zaakvakmethoden. De leerlingen leren zich het volgende af te vragen:

Wat is belangrijk om te leren?

  •   Wat staat hier nou eigenlijk precies?

  •   Kan ik dat in mijn eigen woorden zeggen?

  •   Wat wordt er eigenlijk gevraagd?

Het gaat hierbij om teksten van geschiedenis, economie, biologie, aardrijkskunde, techniek en natuurkunde: om en om komen de vakken aan bod. Die teksten worden geselecteerd op aanraden van de vakdocent. Met hem of haar maakt de taalcoördinator een handleiding voor de lessen. Deze bevat:

  •   een beknopte aanduiding van de didactische aanpak in het algemeen tijdens deze lessen;

  •   een beschrijving per les;

  •   opdrachten voor leerlingen;

lijstjes met woorden die aandacht moeten en woorden die aandacht kunnen krijgen;

  •   gekopieerde bladzijden met teksten en opdrachten uit de methode.

Het streven op het Calandlyceum is de lessen te geven in de periode waarin de betreffende leerstof in de reguliere les behandeld wordt. De bedoeling is dat de (zwakste) leerlingen in de reguliere les betere resultaten kunnen halen en zo weer gestimuleerd worden aan het 'studie-uur taal' deel te nemen. En dat lukt.

Het komt op meer scholen voor dat leerlingen lastige teksten en opdrachten inbrengen en hulp vragen in studieles of huiswerkuur. Docenten moeten daar dan ad hoc op reageren, door doelen te stellen en een aanpak te kiezen. In de invulling van het Calandlyceum is er sprake van een van tevoren ontworpen leerplan, dat gebaseerd is op verwachte moeilijkheden van leerlingen en mogelijkheden van docenten. Daarbij is

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties