taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

WAT ZE ZELF DOEN, DOEN ZE BETER
Taalvaardigheidsonderwijs en zelfontdekking

Nora Bogaert

De praktijk leert (en onderzoek bevestigt) dat de taalvaardigheid van veel leerlingen niet voldoet aan de eisen die de samenleving stelt. Het tekort komt vooral tot uiting wanneer de leerlingen complexe taken moeten ultvoeren, zoals dat bijvoorbeeld op school dagelijks het geval is: informatie die in de verschillende vakken wordt voorgeschoteld, moet verwerkt worden, schema's en samenvattingen eruit gedistilleerd, vragen erover beantwoord en werkstukken uitgeschreven of voor de klas gepresenteerd.

1 EEN TAALVAARDIGHEID MET ALLURE...

De taalvaardigheid die aan dergelijke opdrachten te pas komt, is van een respectabele soort. Ze staat mijlenver af van de vaardigheid die moet worden aangewend in dagelijkse situaties, waarbij gesprekspartners tegenover elkaar staan en het onderwerp van gesprek vaak in de situatie aanwezig is. Dat brengt een heel eigen soort taalgebruik met zich mee. Zo luidt de ultleg over een gezelschapsspel die door een speler aan de andere wordt gegeven terwijl het speelbord tussen hen in staat, als volgt (de cursiefgedrukte delen zijn 'regieaanwijzingen'):

SPELBESCHRIJVING 1

Er zijn twaalf witte en twaalf zwarte stenen. Ik neem de zwarte. Ik zet mijn stenen op het bord, niet zo (d. i. in een vakje), maar zo (d. i. op een knooppunt van lijnen). Zet jouw stenen nu op het bord: vijf hier, vijf hier, twee daar. Daar (d.i. in het midden) blijft een open plaats.

Zwart begint. Ik moet een van mijn stenen verplaatsen. Ik kan deze nemen, deze, deze of deze (d. i. elk van de vier stenen die aansluiting geven op het open knooppunt), en hem verschuiven naar hier (d. i. het lege punt in het midden). Ik neem deze, maar daardoor komt dit punt vrij. Bij de andere stenen die ik kan verzetten, zou hetzelfde gebeuren: zo komt deze plaats vrij, zo deze, zo deze.

Jij mag nu met die steen van jou over mijn steen springen en dan ben ik die van mij kwijt. Jij wint als jij het eerst mijn twaalf stenen hebt gepakt; ik win als ik het eerst de jouwe heb gepakt. Als je kan, mag je meer dan één steen veroveren door verschillende sprongen achter elkaar te maken: bijvoorbeeld zo en zo.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties