taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

WAT ZE ZELF DOEN, DOEN ZE BETER   35

Het belangrijkste ingrediënt van de aanpak is de (gesproken of geschreven) tekst, die vanuit een probleemoplossende opdracht moet beluisterd of gelezen worden en bij die opdracht een functionele rol speelt. De taak kan namelijk slechts naar behoren worden uitgevoerd als de informatie uit de tekst op gepaste manier wordt verwerkt. De pogingen die de leerlingen ondernemen om de teksten te begrijpen (en naar aanleiding daarvan zelf taal te produceren) en de feedback die ze (bij het praten en schrijven over de tekst) krijgen, leidt hen naar de ontdekking van betekenissen, vormen, strategieën. De leerlingen krijgen dus niet de noodzakelijke taalelementen aangeboden vooraleer een bepaalde taak wordt aangevat. Ze pikken taalelementen op 'en passant', terwijl hun aandacht in eerste instantie toegespitst is op de probleemoplossing waarvoor de taak hen stelt. Door de voortdurende confrontatie met soortgelijke taken met een gelijkaardig taalaanbod komt bij de leerlingen een proces van natuurlijke taalverwerving, d.i. door zelfontdekking, op gang.'

Zo bleken de deelnemers aan de HSN-sessie naar aanleiding van een probleemoplossende taak rond de maangestalten onbewust betekenis te hebben toegekend aan de in de tekst ingewerkte nonsenswoorden. Ook wie de taak niet tot een succesvol einde had gebracht, is erin geslaagd de betekenistoekenning uit te voeren.

3 TAKEN: EEN LUKRAKE BEDOENING?

Om een dergelijk leereffect te sorteren, voldoet de voorgelegde maantaak wel aan een aantal voorwaarden en werd ze ten aanzien van de deelnemers op een welbepaalde manier gehanteerd.

Zo werd de maantaak gekozen omdat ze voor de doelgroep uitdagend is: de uitvoering vereist een zekere inspanning. Zoals vermeld, komen er onbekende woorden in voor en bevat de tekst nogal wat te negeren informatie. Er zit met andere woorden een kloof tussen de (taal)vaardigheid waarover de deelnemers beschikken en degene die de taak vereist. Dit kloofgegeven heeft te maken met het leerpsychologisch basisprincipe van de taakgerichte aanpak: je kan pas op ontdekkingstocht als zich onbekende landen aanbieden. Die onbekendheid moet zich wel precies situeren op het niveau van de vooropgestelde doelen. Wil je de CAT bevorderen, dan zal de kloof van cognitief-academisch gehalte moeten zijn wat taalgebruik en/of tekstkenmerken betreft.

Om de taalleerders zover te krijgen dat ze de 'hete aardappel' in de mond nemen, moet van de taak een grote motiverende kracht uitgaan. Dat kan bijvoorbeeld door teksten te kiezen die voor de doelgroepleerlingen inhoudelijk aantrekkelijk zijn doordat ze hun nieuwsgierigheid prlkkelen. In het geval van de maantaak werd de behoefte om de tekst aan te vatten niet zozeer via de inhoud geschapen als wel via de taakstelling die voor het aanbieden van de tekst wordt uiteengezet. Het eigene van een taakstelling is dat ze de lectuur van de tekst noodzakelijk maakt en meteen ook de leeswijze bepaalt. Dat je de tekst moet lezen in functie van een welbepaalde vraag zorgt daarenboven voor een mentale drempelverlaging: de lezer weet precies wat er wordt verwacht en vele probleemstellingen verelsen niet noodzakelijk het even intensief verwerken van alle informatie in de tekst.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties