taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Theater voor de eerste graad: kijken en beleven (Jan Staes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

THEATER VOOR DE EERSTE GRAAD: KIJKEN EN BELEVEN   369

ervaringen worden aangeraakt. Net zoals bij de bespreking van een boek: iedereen beleeft een verhaal op zijn manler.

Zoals gezegd delen we de bespreking van de voorstelling in twee grote gehelen in: alles wat te maken heeft met wat de acteur doet, zegt, aanheeft... en alles wat te maken heeft met de niet-acteur: het decor, de muziek...

5.2 Acteur Taal

Met taal bedoelen we zowel wat en hoe de acteur iets zegt als wat en hoe hij iets doet: de lichaamstaal. Deze categorie is de belangrijkste in de bespreking van het stuk. Het is wel aangewezen om enkel de duidelijk waarneembare kenmerken te behandelen. De volgende vragen kunnen helpen bij het bespreken van de taal in een voorstelling.

Vragen in verband met de stem:

  •   Hoe zegt de acteur iets?

  •   Heeft hij een hoge of lage stem?

  •   Spreekt hij snel of traag?

  •   Spreekt hij luid of zacht?

  •   Zegt hij veel of weinig?

  •   Zijn er verschillen in taalgebruik bij de personages?

Zijn de dialogen lang of kort? Heeft dit een betekenis?

Is er een verschil in verbaal contact tussen de personages? (vriendelijk tegen de ene, onvriendelijk tegen de andere)

Vragen in verband met het lichaam:

Liepen de acteurs veel rond of bleven ze op dezelfde plaats?

  •   Werd er veel bewogen in de voorstelling? (dans?)

  •   Had een personage bepaalde trekjes? (eigenaardige stap, liep steeds gebogen...?) Met welke bedoeling deed de acteur dit?

  •   Veranderen de gelaatsuitdrukkingen in de verschillende contacten met andere personages?

Maken de acteurs gebruik van de hele ruimte?

Uitzicht

Hoe zien de acteurs eruit? Welke kleding hebben ze aan? Dankzij het belang dat jongeren aan kleding en uiterlijk hechten, vormt deze categorie een dankbare instap tot het schema. Jongeren hebben over het algemeen geen moeite om te associëren naar aanleiding van een bepaald kostuum. Ook grime, de make-up, hoort bij het uitzicht van de acteur.

Vragen in verband met het uitzicht:

  • Hoe ziet het kostuum van het personage er uit?

  • Waaraan doet het kostuum je denken?

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties