taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

WAT ZE ZELF DOEN, DOEN ZE BETER   37

Wie erin geslaagd is volle en nieuwe maan te identificeren, maar dan niet uit het kwartiergedoe raakt, wordt wonderlijk vooruitgeholpen met de volgende vragen: 'Welke twee figuren komen in aanmerking voor de resterende gestalten?' en 'Welke informatie moet worden gebruikt om eerste en laatste kwartier te identificeren?' Als de hele groep in de knoei zit, is het handiger de vragen klassikaal te stellen dan aan elk groepje apart. De antwoorden erop zoeken de groepjes elk voor zich zonder deze op dat moment al te openbaren.

Dezelfde vragen heb ik opnieuw en klassikaal gesteld nadat het eindsignaal was gegeven. Nu waren ze bedoeld voor de reconstructie van het oplossingsproces en leidden ze naar het verwoorden van de oplossing:

Op mijn uitnodiging om het verschijnsel maansverduistering af te afbeelden op het schema is het merendeel van de aanwezigen probleemloos ingegaan, zelfs wie zijn Aha-ervaring pas bij de reconstructie had opgedaan. Taken die niet succesvol zijn uitgevoerd, kunnen blijkbaar ook leereffecten sorteren, als het reconstructieproces maar de nodige ruimte krijgt en de nabespreking niet beperkt blijft tot het verwoorden van het eindproduct.

4 LIJNEN

Een belangrijk aspect in de ontwikkeling van taken voor een bepaalde doelgroep is de lijn waarin ze worden gestopt. Als die gericht en geoperationaliseerd kan worden ultgezet, is het mogelijk de breedte van de kloof te manipuleren. Elementen die meespelen in de opbouw van de moeilijkheidsgraad, zijn het soort van wereld dat in de tekst wordt aangeboden (van bekend naar onbekend en van concreet naar abstract),

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties