taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

38   Nora Bogaert

het informatieverwerkingsniveau dat de opdracht oplegt2 en de mate waarin de tekst expliciet en redundant3 is.

Een andere manier om kloven te beheersen, is thematische ordening. Die werkt kloof-beperkend doordat eenvoudiger taken over redelijk bekende werelden het terrein voor moeilijker taken voorbereiden. Een thematische opbouw laat bovendien toe specifieke taalvaardigheidsaspecten systematisch te doen terugkeren. Zo lokt een thema `gewoonten en gebruiken van overal' een welbepaalde schoolse woordenschat (eigenschap, invloed, gepast, in vergelijking met, in tegenstelling tot, zich verspreiden) en Welbepaalde tekstsoorten (met name informatieve teksten van beschrijvende aard en verhalen) uit.

5 BEZIELEN, ORGANISEREN, ONDERSTEUNEN...

Het spreekt voor zich dat, naarmate taken veeleisender en klasgroepen zwakker zijn, de hierboven uitgetekende rol van de leerkracht (als bezieler, organisator en ondersteuner) sterker aangezet dient te zijn. Cruciaal is daarbij het zo hoog mogelijk opdrijven van de motivatie om in de taak in te stappen. De nieuwsglerigheid prikkelen zodat de behoefte om te lezen/luisteren heel groot wordt, aanknopingspunten bieden met recente ervaringen of gebeurtenissen, maar ook de eigen interesse voor de zich aandienende informatie en benieuwdheid naar de komende prestatie van de leerlingen manifesteren: dat zijn de voornaamste doelen van het gesprek waarmee je de taak inleidt.

Een veilig experimenteerklimaat moet er verder voor zorgen dat die motivatie de hele tijd wordt aangehouden. Ingrediënten daarvoor zijn onder meer een niet te productgerichte opstelling, een constante versterking van het competentiegevoel van de leerlingen door constructieve feedback, het opzetten van efficiënte samenwerkingsverbanden. Om de risico's van een ontdekkingsreis aan te durven heb je vooral als zwakke leerling deze beschutting broodnodig.

Om de kans op succes te verhogen moet bovendien de organisatie van de zelfontdekking veel zorg krijgen. Tijd- en energieverlies door een omslachtig systeem van groepssamenstelling of vanwege onduidelijke instructiegeving zijn vooral in zwakke groepen te mijden. Ten slotte dient de ondersteuning breed te worden uitgezet. Daarbij geldt nog steeds dat de zelfontdekking zolang mogelijk gevrijwaard moet blijven. Voor een diepgaandere uitwerking van de begeleidende rol en de gedifferentieerde wijze waarop deze vorm moet krijgen, verwijs ik naar de bijdrage van Vandenbroucke in deze bundel (Taakgericht werken bij zwakke leerders) en naar Vanmontfort (1997).

6 HET ONGELUKSGETAL DERTIEN

Onderstaande taak(4) is ontwikkeld voor leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs. Ze illustreert dat een taak die schijnbaar alleen leesvaardigheidsdoelstellingen beoogt, in feite ook de andere vaardigheden met zich meesleurt: overleg vergt spreek-en luistervaardigheid; het eindproduct moet neergeschreven worden.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties