taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Het metamodel voor de taal (Cees Visser)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

HET METAMODEL VOOR DE TAAL

Cees Visser

Eerst een stukje psychologie. Een paar maal per jaar ga ik met een goede vriend naar een voetbalwedstrijd. We hebben voorkeur voor de wedstrijden tussen Ajax en Feyenoord. Mijn vriend noemt zich Feyenoord-supporter en ik vind dat Ajax een betere club is. Het zijn altijd gezellige middagen, maar wel met een pikant tintje. 'Die penalty voor Ajax was absoluut onterecht,', zegt mijn vriend, 'Arveladze liet zich weer eens vallen, een schoolvoorbeeld van een schwalbe.' 'Nee hoor, een geheide penalty,', repliceer ik. En even later een doelpunt voor Feyenoord. 'Absoluut buitenspel,' is mijn stellige overtuiging. 'Een glaszuiver doelpunt,' vindt mijn vriend. En zo discussiëren we heel wat af. Vaak geven ook de televisiebeelden 's avonds geen uitsluitsel. Althans in onze optiek. Die Van Vossen is razendsnel. Je moet kijken naar het moment van spelen. Dan staat hij zeker geen buitenspel,' betoogt mijn vriend. 'Precies,' is mijn repliek, 'het moment van spelen, daar gaat het om en dan staat hij al zeker een meter buitenspel.' En zo komen we de avond aardig door.

Hoe is dat toch mogelijk? We kijken naar dezelfde wedstrijd en het lijkt wel of we totaal verschillende dingen waarnemen. Dat komt omdat we verschillende wereldbeelden hebben, verschillende ideeën over de werkelijkheid. En die ideeën over de werkelijkheid beïnvloeden onze waarneming. Daarbij zijn drie processen in het geding: generalisatie, deletie en vervorming. Het taalgebruik van mensen verraadt waar sprake is van generalisatie, deletie en vervorming. Dat is waar het metamodel voor de taal over gaat. Het model maakt gebruik van begrippen uit de transformationeel-generatieve taalkunde.

In deze bijdrage zal ik de begrippen 'generalisatie', 'deletie' en 'vervorming' nader toelichten en aangeven hoe ze in de taal van de ander herkend kunnen worden. Vervolgens laat ik zien hoe precies de relatie is van het metamodel met het transformationeel-generatieve model en ten slotte bespreek ik de mogelijkheden van het gebruik van het metamodel in het onderwijs.

1 GENERALISATIE, DELETIE EN VERVORMING

Een mens staat op elk moment van zijn bestaan bloot aan miljoenen zintuiglijke prikkels: visuele (kleuren, vormen, bewegingen), auditieve (de geluiden om ons heen: stemmen, auto's, de wind, de airco, de computer), reuk, smaak en kinesthetische prikkels (dat wat we voelen: aanrakingen, contact met voorwerpen, de druk op onze voeten doordat we staan, temperatuur, de wind door onze haren), maar ook inwendige prikkels (hartslag, bloedcirculatie, spijsvertering). Als we al die prikkels bewust moesten verwerken, zouden we de waanzin spoedig nabij zijn. Hoe houden we ons temidden van die overvloed aan indrukken staande? Door de drie genoemde processen: generalisatie, deletie en vervorming.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties