taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

GEDOCUMENTEERD SCHRIJVEN IN DE TWEEDE FASE   43

2 SAMENSTELLING VAN DE LEERGANG

Het leerlingenmateriaal bestaat uit drie delen:

  1.  In de handreiking staan theorie en opdrachten. In de theorie krijgen leerlingen uitleg over het examen, het schrijfdossier, de gedocumenteerde teksten die ze kunnen schrijven, en het gebruik van bronnen. Ook krljgen ze aanwijzingen om stapsgewijs een tekst te schrijven. Tussen de theorie door staan opdrachten met behulp waarvan leerlingen belangrijke delen van de theorie verwerken.

  2.  De deeloefeningen zijn gericht op specifieke schrijf problemen van zwakkere taalleerders, ook NT2-leerlingen, die in de verschillende fasen van het schrijfproces extra steun en oefening nodig hebben. Ze zijn deels bedoeld als extra voorbereiding voor de opdrachten in de handreiking en de schrijfrondes, deels als extra ondersteuning om bepaalde problematische aspecten nog eens te oefenen.

  3.  In een schrijfronde schrijven leerlingen stapsgewijs een complete tekst op basis van documentatie. Ze werken aan de hand van een studiewijzer zelfstandig, soms alleen, soms in groepjes aan een product.

Bij de leergang hoort een diskette waarop staan:

  •   invullijstjes en commentaarformulieren bij de opdrachten in de handreiking;

  •   de antwoorden bij de deeloefeningen;

de commentaarformulieren bij de schrijfrondes.

Als de hele leergang gebruikt wordt, moeten er ongeveer 100 klokuren voor worden uitgetrokken. Het is redelijk voor het totale schrijfonderwijs 20% van de totale studielast te reserveren. Dat is voor havo 100 en voor vwo 120 uur. Voor voorbereiding op het schoolexamen blijft er dan nog een aantal uren over.

3 UITGANGSPUNTEN VOOR HET SCHRIJFONDERWIJS IN SCHRIJFBLIK

Schrijven is een complexe vaardigheid. Bij het schrijven van een gedocumenteerde tekst moet een schrijver veel problemen tegelijk oplossen. Zo moet hij onder meer bepalen welke tekstsoort aan de orde is, welke bronnen dienstig kunnen zijn, welk materiaal geselecteerd moet worden gezien het doel en het publiek van de tekst, hoe hij dat moet ordenen, wat voor bouwplan daarbij hoort en wat de juiste toon voor zijn tekst moet zijn, ook alweer gezien het publiek. Wij vinden het daarom belangrijk dat:

  •   leerlingen de kenmerken van de tekstsoorten die ze moeten gaan maken, heel goed kennen;

  •   leerlingen de schrijfproblemen stuk voor stuk oplossen door een weloverwogen fasenstrategie toe te passen;

  •   leerlingen mogelijkheden aangereikt krijgen voor het oplossen van belangrijke afzonderlijke problemen (afbakenen van het onderwerp, ideeën vormen over het onderwerp, materiaal verzamelen, selecteren en ordenen, een bouwplan maken voor de tekst, uitschrijven van de tekst, commentaar geven en krijgen, verwerken van commentaar en definitieve tekst maken); immers, als leerlingen afzonderlijke problemen niet aankunnen, hebben ze weinig aan een fasenstrategie;

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties