taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

44   Jan Boland

  •   leerlingen eerst teksten schrijven met een eenvoudige structuur en daarna teksten met een complexe structuur;

  •   leerlingen een goede instructie vooraf krijgen en begeleiding tijdens het schrijven.

Voor het schrijfonderwijs in Schrijfblik leveren deze uitgangspunten de volgende kenmerken op:

  1.  Informatie en uitleg geven over tekstsoorten en oefenen in het herkennen en gebruiken van tekstsoorten

Leerlingen moeten een duldelijk beeld krijgen van de teksten die ze gaan maken (karakteristiek, opbouw, publiek, toon en stijl). Verheldering van criteria leidt tot betere teksten. Daarom krijgen zij in de handreiking informatie over de drie tekstsoorten die ze moeten kunnen maken (uiteenzetting, beschouwing en betoog). Voorbeeldteksten en toelichting dragen ertoe bij dat leerlingen zich goed voor kunnen stellen hoe dergelijke teksten eruitzien. Met behulp van opdrachten in de handreiking en de schrijfrondes oefenen ze in het schrijven van dergelijke teksten..

  1.  Stap voor stap werken

Het schrijfproces wordt opgesplitst in een aantal fasen of stappen. De fasen die wij onderscheiden, zijn:

  •  analyseren van de opdracht;

  •  brainstormen over het onderwerp;

  •  informatie zoeken, lezen en bewerken;

  •  selecteren en rubriceren van informatie;

  •  een bouwplan maken;

  •  de kern van de tekst maken; inleiding, slot en titel maken;

  •  tekst controleren en commentaar geven op de tekst;

  •  commentaar verwerken;

  •  definitieve tekst samenstellen.

Leerlingen leren met het schrijfprogramma van Schrijfblik eerst een tekst te schrijven volgens dit tienstappenplan. Als ze deze strategie goed beheersen, kunnen ze van daaruit hun eigen aanpak kiezen.

  1.  Apart oefenen van de verschillende fasen of stappen

Leerlingen krijgen aparte oefeningen voor brainstormen, gebruikmaken van bronnen, informatie bewerken, bouwplan maken en publiekgericht schrijven. Deze oefeningen zijn in de handreiking opgenomen.

  1.  Een duidelijke opbouw aanbrengen in moeilijkheidsgraad: van eenvoudige(r) naar ingewikkelde(r) tekstsoorten

Het schrijven van uiteenzettingen is gemiddeld genomen eenvoudiger dan betogen. In de eerste schrijfrondes wordt begonnen met relatief korte uiteenzettingen, gevolgd door relatief korte beschouwingen en betogen. Daarna komen langere en ingewikkelder tekstsoorten aan de orde.

  1.  Samen praten en discussiëren over het onderwerp of de stelling

Groepsdiscussies zijn een effectieve manier voor een brede verkenning van een onderwerp. Samen gedachten vormen leidt tot een rijkere inhoud. Dat is met name belangrijk bij betogende teksten, want argumenteren vraagt veel nadenken. In de opdrachten en de schrijfrondes komen regelmatig dergelijke activiteiten voor.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties