taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

GEDOCUMENTEERD SCHRIJVEN IN DE TWEEDE FASE   45

  1.  Commentaar geven op concepten

Medeleerlingen zien vaak sneller dan de schrijver zelf waar een tekst tekortschiet. In veel oefeningen en in alle schrijfrondes krijgen leerlingen de opdracht systematisch commentaar te leveren op de concepten van hun klasgenoten. Vervolgens verwerken zij de suggesties in hun definitieve tekst.

  1.  Reflecteren op inhoud en proces

Na het schrijven kijkt de leerling terug naar de oorspronkelijke opdracht en het resultaat (wat moest ik doen en wat is ervan terechtgekomen?) en naar zijn aanpak (hoe heb ik de opdracht aangepakt? was dat effectief? wat kan er anders een volgende keer?). Alle schrijfrondes eindigen met een reflectie-activiteit.

  1.  Samenhang aanbrengen

Schrijfonderwijs staat niet op zichzelf: bij lezen, spreken en luisteren leren leerlingen vaardigheden die ze bij schrijven kunnen toepassen. Leerlingen moeten effectief leesstrategieën hanteren: globaal lezen, selecterend lezen, intensief bestuderen. Soms zullen ze kritisch tegenover bepaalde bronnen moeten leren zijn. Commentaar geven op andermans producten vergt scherp en kritisch lezen. Effectief omgaan met bronnen, mondeling materiaal verzamelen en commentaar geven zijn vaardigheden die in veel opdrachten en schrijfrondes voorkomen.

4 ZELFSTANDIG WERKEN EN LEREN

Bij zelfstandig (samen) werken bepaalt de docent de leertaken, de manier waarop deze moeten worden uitgevoerd en eventueel de verschillende routes die leerlingen kunnen kiezen. De leerlingen voeren de taken zo zelfstandig mogelijk uit. Dat betekent dat de opdrachten zodanig geformuleerd moeten zijn dat leerlingen er goed mee uit de voeten kunnen en dat er, waar nodig, steun wordt geboden.

Bij zelfstandig leren laat de docent meer leerbeslissingen over aan de leerlingen. Hij bepaalt wel wat de doelen zijn en geeft de grote lijnen van de inhoud aan, maar de leerlingen maken vervolgens zelf keuzes. Bij gedocumenteerd schrijven bijvoorbeeld beslissen de leerlingen of ze alle voorgestelde schrijfstappen zullen zetten, bepaalde zullen overslaan of juist grondiger uitwerken. Een duidelijk verschil met zelfstandig werken is dat leerlingen ook hun eigen leergedrag zelfstandig sturen; ze leren hun leren te plannen en hun eigen leerproces te bewaken en te evalueren.

Bij zelfverantwoordelijk leren geeft de docent globaal aan wat het einddoel is en laat het aan de leerlingen zelf over hoe ze dat doel willen invullen en bereiken.

Zelfstandig werken, leren en zelfverantwoordelijk leren moeten we zien als een cyclisch proces. Wanneer er nieuwe en gecompliceerde leerstof aan de orde komt, zal de docent soms van zelfstandig of zelfverantwoordelijk leren terugschakelen naar zelfstandig werken en in eerste instantie de leerbeslissingen weer zelf in de hand nemen. Vervolgens kan hij dan momenten van zelfstandig of zelfverantwoordelijk leren in het programma opnemen.

Bij gedocumenteerd schrijven gaat het om gecompliceerde leerstof die leerlingen voor een deel onder leiding en gecontroleerd moeten gaan beheersen. Wij raden de docent

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties