taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Zelfstandigheidsdidactiek binnen PAV (Luc Wyns)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZELFSTANDIGHEIDSDIDACTIEK BINNEN PAV   459

accenten leggen in de (deel)vaardigheden en in de evaluatie ervan. Bovendien voorkomen evaluatieschema's dat één element overgeaccentueerd wordt bij het toekennen van een cijfer. Bijvoorbeeld: voor het project in 3 mb/ei zou het element 'zorg' erg nadrukkelijk een negatief cijfer in de hand kunnen werken, terwijl de leerlingen voor de rest van de elementen zeer goed werk hebben geleverd.

Evaluatieschema's zijn objectieve hulpmiddelen om hiaten te ontdekken in de verwerving van vaardigheden. Om die reden mogen ze niet alleen voor een productevaluatie gebruikt worden, maar moeten ze door middel van terugkoppeling een instrument zijn om leerlingen bij te sturen in functie van een volgende opdracht. Daarom is het ook noodzakelijk om het proces dat leerlingen doorlopen hebben te evalueren, dat wil zeggen de keuzes die ze gemaakt hebben, de strategieën die ze gehanteerd hebben, de stappen die ze gezet hebben, de vaardigheden die ze gebruikt hebben, enz. Dit is uiteindelijk de meest essentiële stap in het hele leerproces.

2 HET PROJECT

Het project bestaat erin dat mijn leerlingen van 3 mb/ei op het einde van het schooljaar gedurende drie à vier weken in groepjes een eigen PAV-bundel maken. Waarom een PAV-bundel? Omdat ik geloof in de voorbeeldfunctie van het materiaal dat we de leerlingen aanbieden in de verwachting dat zij achteraf iets gelijkaardigs produceren. PAV-bundels zijn voor hen heel herkenbaar. Zoals uit bovenstaand schema blijkt, zal in het eerste jaar van de tweede graad de inbreng van de leraar en van de leerlingen ongeveer gelijk zijn. Mijn taak is het organiseren van de activiteiten, de tussentijdse evaluatie, het bijsturen in de loop van de activiteiten en het werken aan deelvaardigheden die nodig zijn om de eindopdracht tot een goed einde te brengen.

2.1 Verloop van de activiteiten

De eerste twee lesuren van januari worden aan de inleiding tot de opdracht besteed. Dan krijgen de leerlingen de opgave, die samen gelezen en door mij toegelicht wordt (zie bijlage 2). Tijdens die twee uren wordt de samenstelling van de groepen bekendgemaakt en krijgen ze enkele voorbeelden van vorige jaren te zien, met een indicatie van wat goed of slecht was. Ze krijgen dan de opdracht om tegen de volgende keer een onderwerp te zoeken.

In februari worden weer twee uur besteed aan de voorbereiding van de oefening. De leerlingen gaan in groepjes zitten en moeten schriftelijk de volgende vijf vragen voorbereiden:

  1.  Wat wordt het onderwerp van je bundel?

  2.  Wat in de bedoeling van je bundel? Wat wil je dat de lezer van die bundel weet, kan, doet, waarover moet hij nadenken, enz.?

  3.  Wat moet er, als dat de bedoeling is, zeker in die bundel staan?

  4.  Waar denk je dat je die informatie gaat vinden?

  5.  Wie doet wat tegen de volgende keer?

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties