taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

48   Jari Boland

Een belangrijk principe bij schrijfopdrachten voor zwakke taalleerders in alle fasen is dat zonder `taalaanbod' geen `taalproductie' verwacht kan worden. Net zoals een beginnende taalverwerver de taal niet goed leert als er niet dagelijks intensief met hem wordt gesproken, zo moet ook de gevorderde taalleerder kunnen leren van voorbeelden. Met andere woorden: er moet gewerkt worden van receptief naar productief. Dat wil zeggen: de leerlingen moeten eerst de kenmerken van een goede tekst leren zien en herkennen voordat ze zelf aan het werk gaan. In de handreiking worden veel voorbeelden gegeven en er wordt uitgelegd wat de kenmerken van die teksten zijn.

Een tweede belangrijk punt is dat de schrijfopdrachten opgebouwd moeten worden van gesloten/geleid naar open/onbegeleid. Eerst moeten leerlingen oefenen met bepaalde taalaspecten in kleiner verband voordat zij zich kunnen wagen aan een tekst van grotere omvang. De voorbereidende oefeningen moeten zinvol en bruikbaar zijn en dus gericht op het eindproduct. Voor zwakke taalleerders zijn opdrachten noodzakelijk op het niveau van linguïstische kennis (formuleren op zinsniveau, cohesie en coherentie ln teksten zowel op zinsniveau als alinea- en tekstniveau) en grammaticale kennis. Ook op het gebied van sociolinguïstische taalkennis hebben deze leerlingen extra ondersteuning nodig (zoals opdrachten waarbij het gaat om de juiste toon en woordkeus gezien het publiek, het afstemmen van informatie op publiek enz.)

6.3 Schrijfronde

In een schrijfronde werken leerlingen stapsgewijs aan een complete tekst op basis van documentatie. Stapsgewijs betekent dat zij in grote lijnen volgens een tienstappenplan een tekst maken. Dat vormt de basis voor het schrijven, maar tijdens het werken zullen schrljvers ook wel eens van de ene stap naar de andere overgaan of teruggaan naar een stap die ze al hadden gezet.

In een aantal schrijfrondes zijn bepaalde stappen gedeeltelijk of helemaal uitgewerkt, zodat leerlingen zich kunnen concentreren op bepaalde aspecten van het schrijven. In vrijwel alle gevallen krijgen ze bronnen aangereikt die soms ook al bewerkt zijn. Pas in de laatste schrijfronde moeten ze zelf op zoek naar documentatie. In de schrijfrondes wordt de nadruk gelegd op het schrijven zelf, vanzelfsprekend met gebruik van documentatie, maar het zoeken van bronnen is niet de hoofdactiviteit.

Iedere schrijfronde bestaat uit vaste elementen:

  1. studiewijzer;

  2. schrijfopdracht;

  3. uitwerkingen via deelopdrachten (stappenplan) waaronder altijd het commentaar geven op elkaars concepten;

  4. aanwijzingen voor samenstellen schrijfdossier;

  5. reflectie op de werkwijze.

In totaal zijn er tien schrijfrondes, die een bepaalde opbouw in Ieren vertonen. Die bestaat eruit dat leerlingen in de eerste rondes meer hulp en aanwijzingen krijgen en niet al te ingewikkelde teksten schrijven, terwijl in latere rondes de complexiteit toeneemt (weinig hulp en langere, ingewikkelder teksten). Als leerlingen alle schrijfrondes doorlopen, schrijven ze vier keer een uiteenzetting (rondes één, vijf, zes en acht), drie

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties