taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

VAN EEN LEERLIJN LUISTEREN EN SPREKEN NAAR LESSEN   53

spreken en luisteren en twee uren voor expressie.

Slotsom: in totaal vijf blokken met vijf à zes uren voor spreken en luisteren en een tweetal uren voor expressie.

Op basis van die leerlijn zijn we dan begonnen met een vijftal lesschema's per blok te ontwikkelen. Er is wel een voortdurende interactie tussen de lessen en de leerlijn. De leerlijn stuurt de lessen en de lessen sturen de leerlijn.

Alle oefeningen en voorstellen in de leerlijn worden zoveel mogelijk als volgt opgebouwd:

(1) een opbouw

  •   van enkelvoudig naar complex;

  •   van gemakkelijk naar moeilijk;

  •   van los naar geïntegreerd;

  •   volgens het afstandsprincipe: van dicht bij de leefwereld van de leerlingen naar verder van ze af staande onderwerpen;

  1. korte, zinnige taalsituaties;

  2. afwisseling in tekstsoorten met de klemtoon op hun formeel karakter;

  3. stapsgewijze opbouw, maar wel telkens vanuit een totale communicatieve situatie;

  4. bijsturing van de deelvaardigheden vanuit de totale communicatieve situatie;

  5. een communicatieproces dat iedere keer compleet aanwezig is (één van de voorstellen van beoordelingsschema is zelfs volledig op basis van het communicatieschema uitgewerkt).

4 WAARMEE HIELDEN WE ZOAL REKENING IN DE LEERLIJN?

Het leren op langere termijn moet een bepaalde ordening vertonen. Bij de opbouw voor de eerste en het begin van de tweede graad (bijvoorbeeld drie leerjaren) hebben we rekening gehouden met:

  1. de complexiteit van de leerstof;

  2. de ontwikkeling van de leerlingen;

  3. de herhallng van de leerstof;

  4. de transfer/koppeling;

  5. een cyclische leerlijn.

4.1 Complexiteit van de leerstof

In de loop van het spreek- en luisteronderwijs leren leerlingen meer complexe vormen van taalgebruik begrijpen en gebruiken. Wat verstaan we onder complexiteit?

(1) Van expressief naar transactioneel

Expressief: leerlingen praten vrij en ongedwongen over onderwerpen die hen aangaan, emotioneel raken en die hen bekend zijn. Emoties en gevoelens zijn belangrijk. Ze luisteren op een ontspannen manier naar elkaar. In schoolsituaties kunnen dat bijvoorbeeld klasgesprekken of spontane reacties op een gelezen tekst zijn.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties