taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

54   Jan Bonne

Transactioneel: spreken en luisteren zijn meer doelgericht en aan regels gebonden. De leerlingen maken gebruik van conventies en ze passen bewuster een strategie toe, bijvoorbeeld overleg waarin ze tot afspraken moeten komen over verdeling van taken.

  1.  Van concreet naar abstract

Concreet: de onderwerpen zijn vertrouwd en dichtbij gelegen. Ze kunnen er gemakkelijk over praten omdat ze er al van op de hoogte zijn. Ze spreken vanuit hun eigen ervaring; voorbereiding is nauwelijks nodig.

Abstract: de onderwerpen zijn niet zo concreet, vragen om meer verkenning, er zitten voor- en nadelen aan vast, argumentatie is belangrijk.

  1.  Van eenvoudige naar complexe gespreksvormen

Eenvoudig: gesprekjes met weinig regels en conventies in kleine groepjes. Complex: de spreek-en luistersituatie is ingewikkelder.

  1.  Van minder conventies en strategieën naar meer conventies en strategieën Minder: leerlingen praten spontaan, ze luisteren gewoon naar elkaar.

Meer: de spreker kiest een bepaalde toon, denkt na over de wijze waarop informatie ingebracht kan worden en staat stil bij zijn manier van spreken en luisteren. Dat gebeurt in luister- en spreeksituaties die volgens bepaalde regels verlopen.

4.2 Ontwikkeling van de leerlingen

In de opbouw van spreek- en luisteronderwijs streven we er in ieder geval naar dat de leerlingen:

regelmatig oefenen in spreek-en luistersituaties die voor hen minder bekend zijn;

  •   leren om te schakelen van de ene naar de andere situatie;

  •   onderwerpen gedifferentieerd verkennen;

zich meer op de inhoud en minder op de persoon richten;

  •   taakgerichter spreken en luisteren.

4.3 Herhaling van de leerstof

Aan veel spreek- en luistertaken liggen grotendeels dezelfde kennis, vaardigheden en houdingen ten grondslag. Bij het maken van spreek- en luisteroefeningen zorgden we ervoor dat deze taken met een zekere regelmaat en complexiteit terugkeren.

4.4 Transfer/koppeling

Transfer betekent dat leerlingen eerder verworven kennis en vaardigheden toepassen in nieuwe leersituaties. Ook kunnen zij die kennis en vaardigheden toepassen in situaties buiten de school, in werksituaties bijvoorbeeld.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties