taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

 

56   Jan Bonne

 

5 AANBOD LESSEN LUISTEREN EN SPREKEN VAN DE WLS

We bieden een concreet voorstel voor een leerlijn luisteren en spreken aan, bedoeld voor het eerste en het tweede jaar secundair onderwijs. De hogere jaren zullen daar later op aansluiten. De situaties verschuiven van enkelvoudig naar samengesteld, van voor de hand liggend tot meer complex, van gemakkelijk naar moeilijk, van dicht bij de leefwereld van de leerlingen tot verder er van af staand.

Voor de leraren van 1b en bvl-klassen bestaan er vanuit didactisch oogpunt gezien geen redenen om afwijkende principes te huldigen. Inzichten en methodieken zijn niet anders; enkel het lesritme, de individuele aandacht, het gehanteerde taalniveau (productief en receptief), de uitwerking van het afstandsprincipe en bijgevolg ook de keuze van het materiaal verschillen hier. Het project staat daarom ook voor hen open.

Een leraar Nederlands beschikt in het eerste en het tweede jaar secundair onderwijs gemiddeld over zo'n 120 uren les. Indien de helft daarvan wordt (of: zou worden) besteed aan vaardigheidsonderwijs, betekent dit dat er een ruimte van zo'n 30 lesuren kan worden gecreëerd voor spreken en luisteren. Voor dat maximum reikt het project voldoende materiaal aan.

De leraar die de nascholingsreeks volgt, kan er dus van uitgaan dat hij voor 30 lesuren Nederlands (in de klassen van het eerste jaar) minimum 30 concreet uitgewerkte, doordachte en besproken lessen mee naar huis neemt (weliswaar gespreid over acht sessies). Al die lessen vormen samen een leerlijn (van de leerling uit gezien) en een onderwijslijn (van de leraar uit gezien). Ze worden aangereikt in vijf pakketten van elk zes uren (voor elke periode van het schooljaar), telkens gebouwd rond een complete communicatieve situatie waarop verder wordt gewerkt en geoefend door middel van diverse deelhandelingen. De leerlingen hebben op die manier geen ogenblik de indruk dat ze met 'stukwerk' bezig zijn. De tijd die de individuele leerkracht in het project investeert, wordt door de aanreiking van dat materiaal dus ruimschoots gecompenseerd.

De WLS en de begeleiding rekenen erop dat zowel leraren als directies grondig beseffen dat het 'kopen', 'krijgen' of misschien zelfs 'te pakken krijgen' (`catch and run') van het materiaal als zodanig niet volstaat om ook kwalitatief beter onderwijs te garanderen. Het zet misschien wel de deur op een kier voor enige gemakzucht. De zo vaak gehoorde roep om meer 'gesneden brood' treden we inzake nascholing dus niet zonder meer bij. Gesneden brood droogt vlug uit. We willen leraren leren hoe ze goed brood kunnen bakken, ze een degelijk mes bezorgen en leren snijden als het nodig is.

Overleg, een visie op het eigen vak en op de eigen professionaliteit, zin voor zelfkritiek, gezamenlijke bespreking, zin voor samenwerking en vooral attitudevorming met betrekking tot mondelinge taalvaardigheden kunnen alleen gegarandeerd worden door effectieve aanwezigheid, door actieve participatie en deelname aan de volledige reeks. Dat alleen laat omgekeerd ook de WLS weer toe om met opmerkingen en suggesties van deelnemers rekening te houden bij de uitbouw van de pakketten voor hogere jaren. Wij hebben die feedback ook zelf nodig!

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties