taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

ARGUMENTATIEVE TEKSTEN LEREN SCHRIJVEN DOOR UITVOEREN EN OBSERVEREN   63

Figuur 1 beschrijft een model van het schrijfproces en wel het schrijfproces van iemand die een bepaalde schrijftaak leert uitvoeren, bijvoorbeeld een leerling die een argumentatieve tekst leert schrijven. Er zijn verschillende fasen bij het schrijven: oriëntatie, uitvoering en revisie (herschrijven). Bovenaan de figuur staat de regulator, een soort programma in het hoofd dat het hele schrijfproces regelt en zorgt dat de juiste zaken op de juiste tijd gebeuren. In het midden van de figuur staat de monitor. Deze monitor is erg belangrijk. Het verband tussen schrijftaak en leertaak ligt namelijk in de schrijfervaringen waarvan de schrijver kan leren. Zo moeten schrijftechnieken en schrijfstrategieën niet alleen uitgevoerd worden door de schrijver, maar deze moeten ook geconceptualiseerd (ervaren) en geëvalueerd worden. Schrijvers gebruiken hun schrijfervaringen en schrijfevaluaties (de output van de monitor) als input voor hun leren. Het is dus erg belangrijk dat een leerling veel tijd en aandacht aan deze activlteiten besteedt.

Het probleem bij leren-door-uitvoeren is dat er juist voor die activiteiten niet veel aandacht is. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld vooral gericht zijn op het zo snel mogelijk afhebben van de schrijfopdracht. Daardoor zullen zij gericht zijn op het schrijfproduct en slechts aandacht hebben voor het uitvoeringsproces en geen energie steken in het leerproces. Wanneer leerlingen leren-door-observeren, besteden zij wél meer tijd en aandacht aan evaluatie- en conceptualisatie-activiteiten en hebben ze naast aandacht voor het schrijfproduct ook aandacht voor het schrijfproces. Zoals het voorbeeld in de vorige paragraaf laat zien, worden de leerlingen bij de beantwoording van de vragen `welke leerling deed het beter en waardoor kwam dat?', gestimuleerd om te evalueren en conceptualiseren. Ten slotte kunnen leerlingen die leren-door-observeren zich ook goed concentreren op deze activiteiten, zij zijn geen tijd en energie kwijt met het daadwerkelijke schrijven van de tekst.

4 LEERACTIVITEITEN BIJ LEREN-DOOR-OBSERVEREN

Waarin verschilt Ieren-door-observeren nu precies van leren-door-uitvoeren? Hoe komen belangrijke processen als conceptualiseren en evalueren nu terug bij lerendoor-observeren? Welke leeractiviteiten vertonen leerlingen eigenlijk die leren-doorobserveren? Om antwoorden te krijgen op deze vragen vroegen we een aantal leerlingen (gemiddelde leeftijd 15 jaar) hardopdenkend observatietaken uit te voeren. Zij kregen een aantal opdrachten zoals boven en voerden die hardopdenkend uit. De protocollen van deze leerlingen geven een goed beeld van de leeractiviteiten die voorkomen wanneer leerlingen Ieren-door-observeren. In de volgende paragrafen wordt een aantal van deze leeractiviteiten (geillustreerd door protocolvoorbeelden) besproken.

4.1 Observeren is ook uitvoeren

Observeren is eigenlijk `doen+'. Wanneer de observanten de opdracht met de argumentatiestructuur krijgen, hebben ze een idee van de tekst die de modellen gaan schrijven. Ze kunnen een vergelljking maken van hun uitvoering met de uitvoering van de modellen. Maar: dit is minder belastend dan echt schrijven. De observanten hoeven zich niet druk te maken over hoe bijvoorbeeld precies een zin moet lopen of over hoe je het netjes op papier krijgt.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties