taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

 

ARGUMENTATIEVE TEKSTEN LEREN SCHRIJVEN DOOR UITVOEREN EN OBSERVEREN   65

Het is erg belangrijk dat leerlingen niet 'zomaar' evalueren, maar dat ze zich ook bewust zijn waarom ze de ene leerling beter vinden dan de andere. Ze moeten kunnen verwoorden wat de modellen gedaan hebben en waarom ze een voorkeur hebben voor een bepaalde leerling. Uit de protocollen weten we dat wanneer leerlingen andere uitvoerders observeren, ze druk bezig zijn met conceptualiseren. Ze zijn druk bezig om te verwoorden wat het model aan het doen is. Sommige leerlingen doen dat meteen na het bekijken van de videobeelden. Dit zien we bij Linda:

 

GEDEELTE UIT PROTOCOL

TOELICHTING

Ik denk dat leerling 2 het eh beter deed

Commentaar van leerling na afloop van het

want zij... Want leerling 1 die noemde alle

zinnen nou sommige zinnen een paar keer.

observeren van beide modellen.

Ik vond die volgorde niet zo logisch en bij

leerling 2 was alles veel duidelijker.

 

Uit dit protocol blijkt dat Linda eerst evalueert (ze zegt dat ze leerling 2 beter vindt) en vervolgens uitlegt waarom ze leerling 2 beter vindt. Het is interessant dat ze bij deze uitleg de aanpak van de minder goede leerling (leerling 1) betrekt.

Ook bij de beantwoording van de vraag 'leg uit wat deze goede leerling goed heeft gedaan' worden leerlingen gestimuleerd om te conceptualiseren. Dat doen ze op verschillende manieren, en het liefst zien we natuurlijk dat ze daarbij de argumentatietheorie toepassen, zoals blijkt uit het protocol van Marjan. Zij analyseert de tekst van leerling 2 en gebruikt daarbij de begrlppen 'argument' en 'onderschikkende argumenten'. Beide begrippen heeft zij zojuist geleerd.

 

GEDEELTE UIT PROTOCOL

TOELICHTING

Welke leerling deed het beter?

Leerling leest 'evaluatievraag'.

Leerling 2.

Leerling beantwoordt 'evaluatievraag'.

Schrijf in het kort op wat deze goede leer-

ling goed heeft gedaan.

Leerling leest `elaboratievraag'.

Nou de volgorde, ze neemt eerst 1 argu-

Leerling beantwoordt `elaboratievraag' : ze

ment en dan de eventuele onderschikkende

geeft een analyse van de argumentatie van

argumenten die erbij horen en dan pas het

leerling 2 en geeft tevens aan wat leerling

volgende argument. Eh, leerling 1 noemt

1 niet goed deed.

1.2 en 1.3 twee keer, twee maal, hierdoor

wordt het heel onoverzichtelijk.

 

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties