taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

66   Martine Braaksma & Gert Rijlaarsdam

5 IDEEËN VOOR DE LESPRAKTIJK

We zljn er voorstander van dat er in de klas gesproken wordt over leerprocessen, om leerlingen bewust te maken van die processen en van verschillen tussen leerlingen en tussen taken. Daartoe vinden er onderzoekjes plaats in de klas: aan de hand van (bestaande) protocollen, of door oefeningen in het schoolboek/de leergang om te zetten in observatieoefeningen. Leerlingen leren dan na te denken over leerprocessen (ze vergroten hun repertoire aan leeractiviteiten). Een paar ideeën.

IDEE 1: Onderzoek door vergelijking van de uitvoering van de taak

Laat twee leerlingen hardop denkend een bepaalde opdracht maken'. Bijvoorbeeld de bovenstaande opdracht. Neem de stemmen van de leerlingen op cassette op en schrijf de protocollen later uit, of laat andere leerlingen meteen de protocollen uitschrijven. Geef vervolgens alle leerlingen uit de klas de uitvoeringsprotocollen van de opdracht in handen. Laat ze twee aan twee aan de slag gaan: een van het duo doet protocol 1, de ander doet protocol 2. Vraag hen de uitvoering te beschrijven en te rapporteren aan de hele groep. De vraag daarbij is: 'hoe zijn de (hardop denkende) leerlingen te werk gegaan?' Laat vervolgens de duo's een klein onderzoek doen: 'welke van de twee doet het beter, en waarom?' Tot slot een klassikale uitwisseling van de resultaten en bespreking. Veel goede antwoorden zijn mogelijk overigens. Het is vooral bewustworden en uitbreiden van proceskennis wat wordt beoogd.

IDEE 2: Onderzoek door het observeren van de taak

Eigenlijk hetzelfde als bij (1), maar dan met het schoolboek. Kies een oefening uit en zet die om in een observatieoefening. (Laat leerlingen de oefening niet zelf maken, maar laat ze de oefening observeren.) Twee leerlingen gaan de gang op. Een leerling komt binnen, krijgt de oefening aangeboden met het verzoek de oefening hardopdenkend op het bord of op een transparant uit te voeren. Dan de tweede leerling (en misschien nog een derde, net wat u wilt). Alle leerlingen in de klas vormen de onderzoeksgroep. Nadat de leerlingen de oefening hebben gedemonstreerd, gaat de onderzoeksgroep twee aan twee aan de slag: 'hoe verliepen de processen, welke aanpak was beter, en waarom?' Vervolgens klassikale rapportage en bespreking van de resultaten. Zoek met elkaar naar toepassingsmogelijkheden van die handige aanpak: `geldt die alleen voor deze oefening? zie je zoiets ook bij een wiskundesom, een tekst met vragen, een aardrijkskundeboek?'

NOOT

1 Wij bieden ook een set bestaande protocollen aan en nodigen u van harte uit om daarmee te werken. Wanneer u daar graag gebruik van wilt maken, dan kunt u die aanvragen bij Martine Braaksma, tel. (+31)(0)20-525 15 93. Mailen kan ook: braaksma@ilo.uva.nl. Omgekeerd zijn wij natuurlijk ook erg benieuwd naar de protocollen van uw leerlingen. Wij zouden het dan ook erg prettig vinden om een exemplaar te ontvangen.

ADRES: Iristituut voor de Lerarenopleiding, t.a.v. Martine Braaksma, Wibautstraat 4, (NL)1091 GM Amsterdam.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties