taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

`HOPELIJK LEREN ZE ER NU EINDELIJK WAT VAN!'
Over de schrijfcursussen in Textuur

Antoine Braet

Toen ik, bijna twintig jaar geleden, Taaldaden publiceerde, heb ik me verontschuldigd voor het feit dat de aanpak in dat boek niet gebaseerd was op effectonderzoek. Als excuus om toch met het boek te komen, voerde ik aan dat het onderzoek naar taalvaardigheid nog in de kinderschoenen stond en dat ik dacht iets nieuws - zoals mijn leer van alineaverbanden - te bieden te hebben wat niet op effectonderzoek kon wachten.

Nu, zoveel jaren later, is de situatie nog niet veel verbeterd. Ook Textuur berust nauwelijks op effectonderzoek - evenmin als de andere nieuwe taalvaardigheidsmethoden voor de tweede fase. De Nederlandse onderzoekers, onder wie ikzelf,, laten het wat empirisch onderzoek naar taalvaardigheidsonderwijs aangaat, nog steeds grotendeels afweten. Er is eigenlijk maar één noemenswaardige uitzondering: naar de effectiviteit van schrijfvaardigheidsinstructie is inmiddels wel wat onderzoek verricht. Bij het ontwikkelen van de schrijfdidactiek in Textuur kon ik daarom, meer dan bij de andere onderdelen, profiteren van effectstudies. Meer in het bijzonder heb ik me laten inspireren door onderzoek dat ikzelf, samen met Jannemieke van de Gein, heb verricht (Braet & Van de Gein 1995) en door onderzoek van Marianne Overmaat samen met Tanja Janssen (samengevat in Overmaat 1996). Van mijn eigen onderzoek heb ik vooral geleerd hoe het niet moet, en van dat van Overmaat hoe het wel moet.

1 DE EFFECTIVITEIT VAN SCHRIJFVAARDIGHEIDSINSTRUCTIE

Het onderzoek van Van de Gein en mezelf was erop gericht te achterhalen of eerstejaarsstudenten die voor het eindexamen gewerkt hadden met 'gericht schrijven' betere scripties schrijven dan studenten die titelopstellen hadden geschreven. Tegen de verwachting van de aanhangers van gericht schrijven in, bleek dat niet het geval. Het bleek in het algemeen niets uit te maken met welke didactiek voor zakelijk schrijven ze in het voortgezet onderwijs geconfronteerd waren. De ex-Taaldaden-studenten deden het, helaas, ook geen millimeter beter. De enigen die het wel significant slechter deden, waren de - volgens hun gemiddelde propedeusecijfer zeker niet zwakkere - studenten die zich op school op het schrljven van verhalende opstellen hadden toegelegd. Het is dus niet zo dat het helemaal niets uitmaakt wat er op school gebeurt.

Voor een verklaring van deze uitkomst moeten we bij het onderzoek van Overmaat en Janssen zijn. Zij hebben het effect gemeten van verschillende soorten schrijfcursussen voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. Het bleek dat met sommige van deze cursussen grote effecten bereikt konden worden, in het bijzonder met de cursus waarin leerlingen modellen voor de globale tekstopbouw aangereikt kregen en waarin voorbeeldopstellen van medeleerlingen geanalyseerd en geïmiteerd moesten worden. Deze

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties