taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

68   Antoine Braet

voor de onderzoeksters verrassende uitkomst bevestigde aan de ene kant dat in Taaldaden op het juiste paard was gewed, maar hun aanpak suggereert aan de andere kant ook een verklaring voor de geringe effectiviteit van de schrljfdidactiek in dit boek.

In principe mikte Taaldaden op de meest effectieve didactiek: op het centraal stellen van de globale opbouw van opstellen, dat wil zeggen op compositiepatronen als 'voor-en nadelen', en het afkijken van de kunst van voorbeeldteksten. In de uitvoering waren er echter twee kardinale verschillen met de succescursus van Overmaat en Janssen die ik verantwoordelijk hou voor het uitblijvende effect: de voorbeeldteksten waren van onnavolgbare schrijvers zoals Kousbroek en niet van medeleerlingen, en de didactiek van Taaldaden brak niet met de traditie van de incidentele schrijfopdracht, terwijl Overmaat en Janssen met een lange, strakke en intensieve cursus hadden gewerkt.

Een en ander heeft mij, in overleg met mijn co-auteurs, doen kiezen voor de volgende uitgangspunten voor wat in bepaalde kringen de leerlijn' voor schrijven in Textuur heet:

  1.  vaardigheidstraining op teksttheoretische grondslag;

  2.  concentrisch-seriële organisatie van de vaardigheidstraining (met wisselwerking tussen de vaardigheden);

  3.  mimetisch-proceduristische inrichting van de aparte schrijfcursussen. Ik loop na wat er achter al dit bargoens steekt.

2 DE DRIE UITGANGSPUNTEN

2.1 Vaardigheidstraining op teksttheoretische grondslag

Hoewel in Textuur in vergelijking met Taaldaden het aandeel van de teksttheorie bewust is teruggedrongen, gaat ook deze nieuwe methode uit van vaardigheidstraining op teksttheoretische grondslag. Mede gezien de grote plaats van teksttheorie in de eindtermen is ervoor gekozen elke afdellng van het boek te beginnen met teksttheorie, waarvan de kennis vervolgens wordt toegepast in praktische cursussen lezen, schrijven en spreken.

Om een idee te geven, is er een afdeling die begint met de behandeling van de kenmerken van de drie examentekstsoorten: uiteenzettingen, betogen en beschouwingen. Hier zijn ongeveer 10 studielasturen (slu) voor uitgetrokken. Vervolgens wordt duidelijk gemaakt hoe je deze kennis van tekstsoorten kunt gebruiken bij documenterend lezen, bijvoorbeeld bij het opsporen van betogende teksten om daar standpunten en argumenten voor een spreekbeurt of een opstel uit te halen. Ook met deze cursus zijn de leerlingen ongeveer 10 slu bezig. Daarna wordt de afdeling afgesloten met een eveneens 10 slu omvattende cursus gedocumenteerd spreken en schrijven. Hierin keren de kenmerken van de drie tekstsoorten terug als eisen waarmee sprekers en schrijvers rekening dienen te houden.

2.2 Concentrisch-seriële organisatie van de vaardigheidstraining

Textuur bestaat uit afdelingen die ongeveer 30 slu, zeg maar een trimester, in beslag nemen. Elk van die afdelingen eindigt met een schrijfcursus van 10 slu, pakweg een

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties