taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

`HOPELIJK LEREN ZE ER NU EINDELIJK WAT VAN!'   69

maand. Vaak is in zo'n cursus ook training van de mondelinge vaardigheden geïntegreerd. De leerlingen bereiden bljvoorbeeld in één moeite door een opstel en een spreekbeurt voor. De schrijfcursussen - vijf in de havo-editie en acht in de vwo-uitgave - zijn concentrisch geordend. Hoe de 'schrijfboom' aangroeit, laat het volgende (ingekorte) schema zien:

  1.  opbouw (zonder doel- en publiekgerichtheid en documentatie);

  2.  opbouw (met doelgerichtheid) en inhoud (met documentatie) (zonder publiekgerichtheid);

  3.  opbouw (met doelgerichtheid) en inhoud (met documentatie) (vooral de inhoud nu ook met publiekgerichtheid);

  4.  opbouw (met doelgerichtheid), inhoud (met documentatie en met publiekgerichtheid) en taalgebruik (met doel- en publiekgerichtheid);

  5.  verder nog hulpcursussen, o.a. voor de spelling, een aspect van de presentatie.

Op deze concentrische wijze komen in een weloverwogen volgorde alle eindtermen voor schrijfvaardigheid aan de orde. Er wordt gewerkt van relatief gemakkelijk naar moeilijk, van goed leerbaar naar minder leerbaar. Bovendien roept bij deze volgorde de bespreking van een eerder aspect vanzelf dat van een volgend op. Ik licht dit kort toe.

Zowel uit het genoemde onderzoek van Overmaat en Janssen als uit ervaring weten we dat de opbouwprincipes van een opstel of spreekbeurt betrekkelijk goed aan te leren vallen. Daarom wordt daarmee begonnen. Dat komt ook om een andere reden goed uit. Schrijvers en sprekers moeten immers 'top down' leren werken: ze moeten hun tekst leren concipiëren vanuit de totaalstructuur van de tekst. Vaste patronen voor zowel de alineabouw als de tekst-in-zijn-geheel vormen hier gepaste leerstof.

Bij het aanleren van opbouwprincipes sluit op natuurlijke wijze het trainen van doelgerichtheid aan: duidelijk maken in een uiteenzetting, overtuigen in een betoog, aan het denken zetten in een beschouwing. Deze doelen bereik je immers het best door bijpassende patronen te gebruiken, zoals 'stelling - argumenten - weerlegging van tegenargumenten' in een betoog. Hand in hand met het onderwijs in doelgerichtheid gaat de introductie van de inhoudelijke eis van gedocumenteerdheid. Zonder inhoudelijke deskundigheid kun je niet goed uitleggen in een uiteenzetting of overtuigend argumenteren in een betoog. Documentatie moet meestal, gaat een leerling inzien.

Een doel streeft men bij een publiek na. Dus ook daar moet aandacht aan gegeven worden, al is dit voor havo-leerlingen hoog, wellicht te hoog gegrepen. Dit betekent niet alleen de inhoud afstemmen op de lezers of de luisteraars, maar ook de stijl. Een publiekgerichte stijl is niet alleen taalkundig correct, maar ook duldelijk, aantrekkelijk en gepast, en wel voor dit specifieke publiek. Hier naderen we het ondoceerbare en stuiten we op de grenzen van weinig getalenteerde leerlingen.

Zeker zo belangrijk als de concentrische organisatie van de gehele leergang is de seriële presentatie per afdeling of trimester. Het is de uitgesproken bedoeling te breken met de traditionele incidentele praktijk van af en toe eens een schrijfopdracht, van nu en dan een enkel opstelletje. Per trimester is er een aangesloten blok, cursus, module of lessenserie - hoe men het ook maar noemen wil - die leerlingen ongeveer een maand lang aan hun schrijfvaardigheid laat werken. Dit soort intensivering van het schrijfonderwijs lijkt een absolute voorwaarde voor winst aan effectiviteit.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties