taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 12

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans en Hugo de Jonghe
1999
468 pagina's

`ZIEZO, DAT KAN IK OOK!'

Maarten van der Burg, Marijke Jansen & Elsbeth van der Laan

Hoe kun je leerlingen leren presenteren? Per slot van rekening is een presentatie houden - bijvoorbeeld naar aanleiding van een onderzoek - een belangrijk kerndoel van bijna alle vakken. In de lessenserie Poëzie in de meertalige klas (Van der Burg 1989) oefenen de leerlingen met het houden van een presentatie. In onderstaand lesvoorbeeld' is de presentatie-opdracht in taakjes verdeeld, zodanig dat iedere leerling de stappen succesvol kan doorlopen. Per stap verzamelen de leerlingen taalmateriaal voor de presentatie.

Op HSN lieten we met videofragmenten zien hoe dat in z'n werk ging in de klas van Maarten, een brugklas in Amsterdam die zeer heterogeen is samengesteld. Sommige leerlingen zijn in Nederland geboren, anderen hebben alleen (een deel van) de basisschool doorlopen. Elsbeth vulde aan met de ervaringen uit haar brugklas op een categorale mavo in Utrecht. Marijke Jansen bracht de vaardigheden die in deze lessen aangeleerd worden, in verband met de eisen die zelfstandig leren aan de leerlingen stelt.

1 POËZIE

Poëzie is een onderwerp waar bijna iedere leerling wel een mening over heeft. Sommigen vinden het erg leuk en lezen vaak gedichten, anderen vinden er helemaal niets aan. Hoe dan ook: ieder kind kan er wel iets over vertellen. Tijdens de projectlessen over poëzie krijgen de leerlingen onder andere de opdracht hun mening te presenteren over twee gedichten. Het doel van de lessen is vooral dat leerlingen Ieren hoe ze een taaltaak als 'het houden van een presentatie' kunnen aanpakken.

Schoolse taalvaardigheden (zoals presenteren) zijn belangrijk, maar worden weinig geoefend op school. Op school lijkt het meestal of de declaratieve kennis centraal staat. Het gaat om wat de leerlingen moeten weten (De slag bij Nieuwpoort was in...?', Wat zijn de kenmerken van een zeeklimaat?'). Maar leerlingen moeten ook altijd wat doen met die declaratieve kennis: verbanden aangeven, conclusies trekken, presenteren, enzovoort. Hiervoor is procedurele of strategische kennis nodig: hoe pak ik iets aan? hoe doe ik dat? Want als leerlingen de procedures kunnen hanteren, wordt de inhoud ook beter.

2 DE WERKBLADEN

De leerlingen krijgen om te beginnen twee werkbladen: het ene met zes gedichten, het andere met vragen over de gedichten. De leerlingen werken in groepjes van vier.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties