taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 12 | Twaalfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1999)


Bijdrage: Hoe probeer ik (toekomstige) leraren van de basischool tot de nieuwe taalbeschouwing over ta halen? (Ides Callebaut)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

HOE PROBEER IK LERAREN TOT DE NIEUWE TAALBESCHOUWING OVER TE HALEN?   99

de leerlingen niet in hun besluit opgenomen. Ze hadden het misschien wel begrepen, maar ze hadden het in de les niet zelf aangebracht en vonden het misschien daarom niet belangrijk. Ze bleken ook veel belang te hechten aan de sociale, emotionele kant van de zaak: armoede en hoe dat voelt. Veel meer dan ikzelf, de collega's en de studenten aan wie ik deze tekst vroeger al had voorgelegd. In elk geval vind ik het belangrijk van de leerlingen te accepteren wat zij geleerd hebben en niet alleen oog te hebben voor wat wij belangrijk vinden. Wat zij geleerd hebben, hebben zij geleerd.

  1. In deze les heb ik bijna nooit gezegd dat een uitspraak van een leerllng juist of fout was. Ik vond dat ook niet passend, want het ging bijna altijd om interpretaties. Maar mijn studenten hadden daar moeite mee; ze vroegen zich af of de leerlingen dat niet raar vonden! En de collega's van de bijscholing hadden daar nog meer moeite mee: hoe moesten ze zoiets evalueren? En dat is nu precies één van de dingen waar ik in het onderwijs een geweldige hekel aan heb, dat 'weten' dat iets juist of fout is.

  2.  De studenten die deze les bijgewoond hadden, waren er verwonderd over hoeveel de leerlingen wel zagen toen ik hen de bladzijde liet 'scannen'. Veel meer dan zij gezien hadden. Ik zou daar twee leuke conclusies uit trekken:

  •   Kinderen zien soms meer dan wij en dus kunnen we bij zo'n activiteit vaak van hen leren.

Laten 'scannen' werkt blijkbaar, zowel bij leerlingen als bij studenten en leraren.

  1. De studenten die de les bijgewoond hadden, hadden weer gezien dat je (in dit geval ik) met kleine kinderen niet wezenlijk anders moet omgaan dan met studenten en collega's. Ook hen kun je veel laten ontdekken, veel laten verwoorden. Ook hen kun je - als je dat wilt - plagen. Ook hen kun je dan - in ruil voor jouw geplaag - veel tegen je laten zeggen. Natuurlijk maakt het altijd een verschil uit: de afstand is groter, maar je hoeft geen leraar te spelen!

  2. Wel hebben de leerlingen van de basisschool soms andere interesses. Zo hebben ze vaak

  •   meer aandacht voor het emotionele;

  •  minder interesse voor de manier waarop iets gedaan wordt; meer voor de inhoud. Zo letten de leerlingen van beide klassen eerst niet op de taalfout. Tot mijn verbazing merkten ook niet alle collega's direct op dat er een taalfout was. (Eerlijk gezegd vind ik dat nog zo erg niet: het toont dat ze niet altijd zo pietepeuterig zijn.)

  •  minder oog voor wat je 'manipulatie' zou kunnen noemen. Bijvoorbeeld dat die taalfout suggereert dat arme kinderen een 'armere' taal zouden kunnen hebben, kwam bij hen niet op en kon er bij hen ook niet in. En misschien hadden ze ook daarin gelijk. Misschien was dat helemaal niet de bedoeling van de makers geweest. De leraren dachten bijna allemaal dat die fout ook armoede moest suggereren.

(6) Mijn ervaring is dat kinderen vaak een kijk hebben die nog meer 'blasé' is, minder 'kinderlijk' dan die van mij bijvoorbeeld. Zij vinden heel veel dingen gewoon, vanzelfsprekend. Zij staan er niet bij stil, zijn er niet verwonderd over. En het is dan

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties