taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

'Sympathiek'

Over leerprocessen en woordenschatontwikkeling

Ad Bok

1. Introductie; computers in de klas

In het TiO-project(1) zijn we druk doende om opleidingsdidactiek te ontwikkelen door samen met studenten taalprogramma's voor kinderen te maken. Ontwikkelend Opleiden zou je dat kunnen noemen. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt, en soms diep. Studenten moeten alle didactische zeilen bijzetten om bij te dragen aan goede onderwijs-programma's; de basisschool krijgt de beschikking over doordachte en beproefde programmatuur die naast de taalmethodes kan worden ingezet. We stellen ons voor, dat de aanwezigheid van goede programma's in de klas ervoor zorgt, dat het educatieve basisniveau wordt verhoogd. We bedoelen daarmee het volgende.

Vanuit het standpunt van de leerling kunnen we drie educatieve niveaus in de klas onderscheiden:

  1. het educatieve basisniveau; de leerling zit zonder begeleiding voor zichzelf te werken.

  2. het educatieve middenniveau; de leerling krijgt klassikaal les van een expert.

  3. het educatieve topniveau; de leerling werkt individueel of in een kleine groep onder leiding van een expert.

Als we de onderwijssituatie oneerbiedig voorstellen als een bak met kinderen onder een groeilamp, dan zijn die niveaus als volgt te schematiseren.

A   B   C

Let wel, het is een grove indeling. In situatie A verkeren de leerlingen in een betrekkelijke rustsituatie; ze zitten in de klas, maar worden niet uitgedaagd of aangespoord. In situatie B wordt het werkniveau van de hele klas onder leiding van de leraar flink omhoog gebracht. In situatie C is een verdere niveauverhoging tot stand gekomen, doordat de leraar een kleine groep leerlingen speciale begeleiding geeft. De leraar in de C-situatie ervaart echter met zorg, hoe de rest van de groep terugvalt naar het A-niveau. Dit veroorzaakt een flink spanningsveld. Wat aan de ene kant wordt gewonnen, lijkt aan de andere kant verloren te gaan. Wij willen bereiken, dat met goede programma's het educatieve basisniveau (A) in de klas omhoog gaat, waardoor de leraar met een geruster hart zijn/haar kwaliteiten kan richten op specifieke begeleiding van kleinere groepen. De verhoging van het basisniveau is mogelijk, doordat goede computerprogramma's, méér dan taalboekjes, in staat zijn om te motiveren, te variëren en kinderen aan te spreken op individuele leereigenschappen.

Daardoor ontstaat situatie D. De leraar is verzekerd van een goed basisniveau en kan zich met toewijding richten op speciale ondersteuning.

19

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties