taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

Leerlingen werken op topniveau onder leiding van een expert Leerlingen werken zelfstandig op middenniveau

Het ontwikkelen van een (gecomputeriseerd) programma vraagt nogal wat. We staan langdurig stil bij vragen van taalkundige en didactische aard. We zijn in 1998 begonnen met het onderwerp 'Woordenschat voor kinderen van 10-14 jaar'. Drie belangrijke startvragen waren: Over welke woorden hebben we het eigenlijk? Hoe leren kinderen woorden? Wat kan de computer?

2. Woorden leren in de natuurlijke leeromgeving

Hoe leer je woorden? Pabo-studenten van de Hogescholen Meppel en Domstad zijn er aanvankelijk snel mee klaar: 'De hersenen van kinderen werken ongeveer als een computer: je stopt er gegevens in, die worden opgeslagen en zijn beschikbaar voor verwerking.' Woorden kun je dus gewoon leren. Het is een statement. Maar ook een muur die geslecht moet worden. Hersenen mogen wat mij betreft gerust op een computer lijken, maar die conclusie moet dan wel aan het einde staan van een diepe doordenking, niet aan het begin ervan.

Studenten lezen een kort verhaal, waarin een kind van 9 jaar in huiselijke kring in gesprek is met een volwassene. De vraag aan studenten vooraf is tweeledig:

Is Suzanne aan het leren?

Leert Suzanne zoals een computer?

Sympathiek

Nicht Suzanne (9) komt graag op visite. Vooral boodschappen doen en daar serieuze gesprekken over voeren is een hoogtepunt. Weer thuis vertelt ze mij, hoe haar tante in de speelgoedwinkel zomaar een kwartje bijlegde om een onbekend kind in staat te stellen een begeerde jojo van fl. 5,95 te kopen. Spontane reactie van mij: 'Dat vind ik heel sympathiek van tante Trudy. Wat zal dat kind blij geweest zijn.'

Even later kom ik terug op het gesprek. 'Vind jij dat nou echt sympathiek, wat tante Trudy deed met dat kwartje, of zeq je dat zomaar?'

Suzanne: 'Nee, ik vind het echt hartstikke leuk.'

Ik: '... of weet je misschien niet wat sympathiek betekent?'

Suzanne: 'Jawel, dat is ... dat je iets dóet.'

20

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties